Meegekochte onderhoudskosten rijksmonument niet aftrekbaar

Datum: 24 augustus 2011

X sloot in augustus 2000 een koop/aannemingsovereenkomst voor een appartementsrecht in een rijksmonument in Amsterdam. De koopsom bestond uit een koopsom van € 101.257 en een aanneemsom van € 125.541. De verbouwing werd uitgevoerd voor risico van de verkoper en de meer- en minderkosten kwamen voor zijn rekening. Ook bleef het gebouw gedurende de af/verbouw voor risico van de verkoper. In oktober 2000 diende X een Verzoek vaststelling aftrekbaarheid restauratie- en onderhoudskosten voor monumentenpanden in. Hierin was een bedrag aan onderhoudskosten opgenomen. Daarop antwoordde de inspecteur dat er geen aftrekbare onderhoudskosten in aanmerking mochten worden genomen. De restauratiekosten moesten volgens de inspecteur als onderdeel van de koopprijs van het appartementsrecht worden aangemerkt. Hof Amsterdam besliste dat de verbouwingskosten een onlosmakelijk deel vormden van de overeengekomen koopsom voor het verkrijgen van het appartement en niet konden worden aangemerkt als afzonderlijk op X drukkende kosten in de zin van artikel 6.31, lid 1, a, Wet IB 2001. Het besluit van 23 oktober 2003 was volgens het Hof in overeenstemming met de bestendige lijn in de rechtspraak, waarin was beslist dat wanneer een deel van de koopsom betrekking had op de kosten van onderhoud, dit deel een onderdeel was van de tegenprestatie van de koper voor de verwerving van het appartementsrecht in de door de koper gewenste toestand, zodat de kosten niet ten laste van de koper kwamen. Het Hof verklaarde het hoger beroep van X ongegrond. (Deze uitspraak ontvingen wij van Becker & Roselle Advocaten en Belastingkundigen te Haarlem, -red.)

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.