Herinvesteringsreserve viel vrij door verstrijken herinvesteringstermijn

Datum: 22 augustus 2011

X vormde in 1999 terzake van de boekwinst van zijn zakelijke pand, dat hij verhuurde, een vervangingsreserve binnen zijn eenmanszaak. Vervolgens richtte X op 31 december 2001 BV A op, die op haar beurt BV B oprichtte. Deze BV’s vormden een f.e. voor de Vpb. BV B nam van BV C een handelsonderneming over. BV B oefende de door haar overgenomen handelsonderneming uit in een pand dat zij vanaf 30 mei 2001 huurde van Y. De huurovereenkomst was aangegaan voor vijf jaren. Bij het aangaan van de huurovereenkomst was gesproken over de mogelijke aankoop van dit bedrijfspand. In dit kader was in de huurovereenkomst een kooprecht opgenomen voor BV B na het verstrijken van de huurperiode. Het pand werd uiteindelijk in 2005 gekocht. In zijn aangifte IB 2003 nam X op de balans per 31 december 2002 en per 31 december 2003 een herinvesteringsreserve (HIR) op van € 63.631. De inspecteur was het hier niet mee eens. X ging in beroep en stelde dat de boekwinst eind 2003 gereserveerd mocht blijven omdat hij een begin van uitvoering had gegeven aan de aanschaf van een vervangend bedrijfsmiddel en dat de voortgang door bijzondere omstandigheden was vertraagd. Hof Arnhem heeft in navolging van Rechtbank Arnhem het beroep van X ongegrond verklaard. Het Hof besliste dat de HIR in elk geval moest vrijvallen in 2003 omdat de herinvesteringstermijn van vier jaren was verstreken en geen sprake was geweest van een begin van uitvoering van de aanschaffing of voortbrenging van het vervangend bedrijfsmiddel. Het Hof besliste dat vaststond dat BV B haar onderneming vanaf 2002 dreef in het pand dat zij voor vijf jaren had gehuurd. Uit een brief van 22 december 2004 bleek dat op dat moment nog geen begin van uitvoering was gegeven aan de aanschaf van het pand. Ook als zou moeten worden aangenomen dat ultimo 2003 een begin van uitvoering aan de aanschaf van het pand was gegeven kon dat X volgens het Hof niet baten omdat de aankoop van een pand door BV B een andere economische functie had (te weten: eigen gebruik) dan het verkochte pand had in het ondernemingsvermogen van X (verhuur).

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.