30% regeling gold niet voor ontslagvergoeding

Datum: 22 augustus 2011

X was vanaf 1 december 2005 algemeen directeur en statutair bestuurder van A. Hem was de 30%-regeling toegekend voor de periode van 1 november 2005 tot en met 31 maart 2010. In maart 2008 werd het dienstverband van X beëindigd en kreeg hij op grond van de arbeidsovereenkomst een bruto-vergoeding van € 325.000. X stelde dat op de uitkering de 30%-regeling van toepassing was. Rechtbank Den Haag besliste dat de vergoeding loon uit vroegere dienstbetrekking was, waarvoor X geen recht had op de 30%-regeling. Hof Den Haag verwees naar een arrest van 25 januari 2008 waarin de Hoge Raad besliste dat de regeling van artikel 9, lid 1, onderdeel a, Uitvoeringsbesluit LB, waarbij de grondslag voor toepassing van de 30%-regeling was beperkt tot loon uit tegenwoordige dienstbetrekking, niet onverbindend was. Het Hof onderzocht daarom of de door X ontvangen beëindigingsvergoeding moest worden aangemerkt als loon uit tegenwoordige of uit vroegere dienstbetrekking. Het Hof besliste dat X niet aannemelijk had gemaakt dat de vergoeding verband hield met de door hem bij A verrichte arbeid, zodat van loon uit tegenwoordige dienstbetrekking geen sprake was. Vervolgens besliste het Hof dat de hoogte van de vergoeding gefixeerd was op één bruto jaarsalaris en dus niet afhankelijk was van de duur en omvang van de door X verrichte arbeid. X zou de vergoeding ook geheel hebben ontvangen als de arbeidsovereenkomst al na een maand door A zou zijn beëindigd. Verder zou hij de vergoeding helemaal niet hebben ontvangen als de arbeidsovereenkomst niet door A zou zijn beëindigd, dan wel zou zijn beëindigd door middel van ontslag op staande voet wegens een dringende reden of na twee jaar ziekte. De vergoeding hield volgens het Hof niet verband met bepaalde door X verrichte arbeid of met in een bepaald tijdvak door hem voor A verrichte arbeid waarvoor het de rechtstreekse beloning vormde. De vergoeding vond volgens het Hof haar oorzaak in het voorheen door X verricht hebben van arbeid, zodat X geen recht had op toepassing van de 30%-regeling op de vergoeding. Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.