Betalingen na aanwending politieke invloed in privé genoten

Datum: 18 augustus 2011

X was actief als lid en fractievoorzitter in een gemeenteraad. In 2002 was hij lid van de gemeenteraadscommissie ruimtelijke ordening en vanaf mei 2002 voorzitter. Daarnaast was X directeur en enig aandeelhouder van BV Y, die zich bezighield met advieswerk en aan- en verkoop van bedrijven. In 2004 verschenen er berichten in de pers waarbij X in verband werd gebracht met belangenverstrengeling. X had grote politieke invloed in de gemeente en grote invloed op de besluitvorming over een industrieterrein in de gemeente. De FIOD startte een onderzoek naar eventueel door X ontvangen beloningen uit hoofde van het aanwenden van zijn politieke invloed op de totstandkoming van zakelijke transacties. De inspecteur nam naar aanleiding van het FIOD-onderzoek vervolgens betalingen van BV A en BV B aan BV Y van respectievelijk € 320.756 en € 113.450 bij X in aanmerking als inkomsten uit overige werkzaamheden. X ging in bezwaar en beroep en weigerde verdere vragen over de betalingen te beantwoorden, omdat hij niet wilde dat die informatie in een strafzaak zou worden gebruikt. Rechtbank Haarlem besliste dat de resultaten van het FIOD-onderzoek bij de inspecteur de vraag hadden kunnen doen rijzen of aan de betalingen door BV A en BV B reële activiteiten van BV Y ten grondslag hadden gelegen. Het FIOD-onderzoek gaf voldoende aanleiding te vermoeden dat de betalingen samenhingen met het industrieterrein. X had de beantwoording van de vragen ook niet kunnen weigeren met een verwijzing naar het non-zelfdiscriminatiebeginsel, omdat van de zijde van de inspecteur geen sprake was van strafvervolging. De bewijslast moest worden omgekeerd en X had niet bewezen dat de navorderingsaanslag onjuist was. Volgens de Rechtbank kon niet gezegd worden dat de bevindingen uit het onderzoek in redelijkheid niet tot de conclusie konden leiden dat X met aanwending van zijn politieke invloed de besluitvorming rond het industrieterrein had kunnen beïnvloeden en dat hij daardoor de vergoedingen in privé had ontvangen. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.