Inspecteur kon boeten bij navordering KB Lux-rekening niet bewijzen

Datum: 17 augustus 2011

X ging in beroep tegen navorderingsaanslagen IB over 1990 tot en met 1993 met boeten van 100%, die met dagtekening 31 december 2002 en 31 mei 2003 waren opgelegd omdat hij volgens de inspecteur een bankrekening bij de KB Lux had aangehouden. X had de vragenbrief daarover van de inspecteur van 8 januari 2002 niet beantwoord. Hof Amsterdam verwierp de stelling van X dat de navorderingsaanslagen, die met toepassing van de verlengde navorderingstermijn waren opgelegd, niet voldoende voortvarend waren opgelegd. Het Hof verminderde de navorderingsaanslagen wel met de correctie van 1,5 voor weigeraars en ontkenners. Wat de boete betreft, besliste het Hof dat uit een arrest van de Hoge Raad van 15 april 2011 volgde dat de bewijslast op de inspecteur rustte en de belanghebbende in geval van twijfel het voordeel van die twijfel moest worden gegund. De inspecteur had in een reactie aan het Hof naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad laten weten dat uit de aangifte IB 1994 van X kon worden afgeleid dat de KB Lux-rekening niet was verantwoord. Het bekende microfichesaldo was volgens de inspecteur echter niet dusdanig dat daaraan over de minimale omvang van niet-aangegeven inkomsten of vermogen conclusies konden worden verbonden. Naast hetgeen de inspecteur had opgemerkt over de correcties, de periode, het aantal rekeningen, de schatting en de boete had hij geen andere gegevens waaruit voor beboetingsdoeleinden kon worden bewezen dat X in de betreffende periode inkomsten en vermogen, waarover belasting was verschuldigd, niet had aangegeven. Het Hof leidde uit die reactie af dat de inspecteur niet het door de Hoge Raad verlangde bewijs kon leveren, wat betekende dat het voordeel van de twijfel aan X moest worden gegund. De boeten moesten volgens het Hof worden vernietigd.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.