Kwijtschelding verschuldigde rente en aflossing op lening was geen loon

Datum: 16 augustus 2011

A was sinds 1 april 2000 in loondienst bij BV X. Hij was gehuwd met een zus van mevrouw B, de echtgenote van de directeur en aandeelhouder van BV X. B had haar zwager A en haar zus zowel in 1998 als in 1999 een lening verstrekt om hen door een moeilijke financiële periode te helpen. De rente en aflossing op die leningen werd kwijtgescholden. De inspecteur stelde dat het bedrag van de in 2003 en 2004 kwijtgescholden rente en een deel van de aflossingen als voordeel uit dienstbetrekking moest worden aangemerkt en legde aan BV X een naheffingsaanslag LB op met een boete van 50%. Hof Den Bosch besliste in navolging van Rechtbank Breda dat de inspecteur het causale verband moest aantonen tussen enerzijds de dienstbetrekking van A bij BV X en anderzijds de kwijtschelding door B van de door A en zijn echtgenote in privé verschuldigde rente en aflossingen. De inspecteur had volgens het Hof echter niet aannemelijk gemaakt dat de kwijtscheldingen een andere oorzaak hadden dan de familieverhouding tussen de schuldeiser en beide schuldenaars. B schold reeds vanaf 1998 bedragen kwijt en had haar zus laten weten dat dat doorging zolang A bij BV X werkte, maar dat wel betaald moest gaan worden op het moment dat A meer zou gaan verdienen. De Rechtbank had de naheffingsaanslag en de boete terecht vernietigd. Het Hof verklaarde het hoger beroep van de inspecteur ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.