Inspecteur kon op zitting niet meer terugkomen op eerder standpunt

Datum: 11 augustus 2011

De broer van mevrouw X overleed in april 2008. Mevrouw X en haar vier zussen waren erfgenaam, ieder voor 1/5e deel. In de aangifte successierecht was een schuld van € 759.048 op de nalatenschap in mindering gebracht. Volgens een toelichting betrof het een schuld van de broer aan zijn zussen op basis van een bekrachtigingsovereenkomst gesloten na het overlijden van hun vader. De inspecteur stelde vragen over de schuld, omdat de broer enig erfgenaam was geweest en daarom geen sprake kon zijn van een schuld aan zijn zussen. Mevrouw X liet weten dat de zussen wel recht hadden op hun legitieme portie en daarom slechts onder een aantal voorwaarden hadden ingestemd met het enig erfgenaamschap van hun broer. De inspecteur accepteerde de schuld, maar corrigeerde ieders verkrijging ook met een fictieve verkrijging van 1/5e van € 759.048. Volgens de inspecteur was namelijk sprake van een schuldigerkenning onder voorwaarde van overleving, waarop de fictie van artikel 9 SW van toepassing was. Mevrouw X ging in beroep. Ter zitting bij Rechtbank Arnhem stelde de inspecteur zich alsnog op het standpunt dat artikel 9 van de SW niet van toepassing was omdat geen sprake is van een schuldigerkenning onder voorwaarde van overleving, maar van een tijdsbepaling. Hij kwam vervolgens terug van zijn standpunt dat het bedrag van € 759.048 als schuld in mindering kon worden gebracht op de nalatenschap. Rechtbank Arnhem was het met mevrouw X eens dat dit in strijd was met het vertrouwensbeginsel. De aangelegenheid was al tijdens de aanslagregeling uitdrukkelijk aan de orde gesteld en op dat moment was ook alle relevante informatie verstrekt. Vervolgens had de inspecteur het bedrag als schuld van de nalatenschap geaccepteerd. Hij kon daar volgens de Rechtbank tijdens de zitting niet meer op terugkomen. De inspecteur had ook op geen enkel moment het voorbehoud gemaakt dat indien artikel 9 SW niet van toepassing bleek te zijn de nalatenschap alsnog met € 759.048 zou worden verhoogd. De inspecteur kon volgens de Rechtbank niet meer terugkomen op zijn bewust ingenomen standpunt dat sprake was van een schuld van de nalatenschap. De Rechtbank verklaarde het beroep van mevrouw X gegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.