Navordering zelfstandigenaftrek wegens ambtelijk verzuim vernietigd

Datum: 9 augustus 2011

Mevrouw X exploiteerde naast haar dienstbetrekking sinds 1996 in een firma met haar echtgenoot een administratiekantoor. In haar aangiften IB 2003 en 2004 hield zij rekening met de zelfstandigenaftrek. De aanslagen werden overeenkomstig de aangiften opgelegd. In juli 2009 ontving mevrouw X navorderingsaanslagen over 2003 en 2004, omdat de inspecteur uit onderzoek had geconcludeerd dat de zelfstandigenaftrek ten onrechte was toegepast. Mevrouw X ging in beroep. Rechtbank Breda besliste dat de inspecteur niet over het voor navordering vereiste nieuwe feit beschikte. Op basis van de in of bij de aangifte gedane opgaven kende de inspecteur reeds bij het vaststellen van de aanslag de aard van de onderneming, de omzet, de winstverdeling en het door mevrouw X uit dienstbetrekking genoten inkomen. De op basis van de winstverdeling aan mevrouw X toe te dichten omzet, gerelateerd aan het voor de zelfstandigenaftrek vereiste aantal van 1.225 uren resulteerde volgens de Rechtbank in een onwaarschijnlijk laag uurtarief. Daarnaast waren op basis van de aangifte ook bedenkingen te plaatsen bij de uren die mevrouw X vanwege haar dienstbetrekking beschikbaar had voor de firma. Het was volgens de Rechtbank dan ook op voorhand onwaarschijnlijk dat de zelfstandigenaftrek terecht was geclaimd. De inspecteur had nadere vragen moeten stellen alvorens de aanslag vast te stellen. De Rechtbank verklaarde het beroep van mevrouw X gegrond en vernietigde de navorderingsaanslagen

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.