Heffingsrente terecht bij afwachten na onterecht verrekende loonheffing

Datum: 9 augustus 2011

Na een controle bleek dat mevrouw X inkomsten uit overige werkzaamheden had genoten door de verkoop via internet van accu’s en opladers, die zij niet had aangegeven. Verder was op de koopsompolisuitkering die zij in 2005 had genoten door de uitkerende instantie geen loonheffing ingehouden, terwijl deze in de aanslag wel was verrekend. De inspecteur kondigde op 13 mei 2009 een navorderingsaanslag aan, die met dagtekening 25 juni 2009 werd opgelegd. Daarbij werd € 2.565 aan heffingsrente in rekening gebracht. Mevrouw X ging in beroep tegen navordering van de loonheffing van € 15.154 en de heffingsrente. Hof Den Haag handhaafde de navorderingsaanslag, omdat een ten onrechte of tot een onjuist bedrag verrekende voorheffing, op grond van artikel 16, lid 2, a, AWR kon worden nagevorderd, zonder dat hiervoor een nieuw feit of kwade trouw was vereist. Ook de heffingsrente bleef in stand, omdat niet was gebleken dat de inspecteur bij het opleggen van de navorderingsaanslag en het nemen van de beschikking heffingsrente had gehandeld in strijd met enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Volgens het Hof bleek uit de door mevrouw X op de zitting bij het Hof afgelegde verklaring dat zij zich bewust was geweest van de onjuistheid van de aanslag en de daaruit resulterende teruggave van € 15.154. Door vervolgens een afwachtende houding aan te nemen om te zien of de inspecteur de fout zou ontdekken, had zij volgens het Hof willens en wetens het risico aanvaard dat nagevorderd zou gaan worden met berekening van heffingsrente. Het Hof bevestigde de gelijkluidende beslissing van Rechtbank Den Haag.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.