Gelijkheidsbeginsel dwong niet tot 30%-regeling voor tandarts in Nederland

Datum: 5 augustus 2011

De in Nederland wonende en werkende tandarts X ging in beroep omdat de inspecteur zijn verzoek om toepassing van de 30%-regeling had afgewezen. Volgens X had de inspecteur gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel door de bewijsregel wél toe te passen op vanuit het buitenland geworven tandartsen en niet op hem. Op grond van artikel 15a, lid 1, letter j, Wet LB kwam iedereen in aanmerking voor een belastingvrije vergoeding als hij aan de hand van bescheiden aannemelijk maakte dat hij extraterritoriale kosten maakte. De extraterritoriale kosten hoefden niet aannemelijk gemaakt te worden als sprake was van uit een ander land aangeworven werknemers met een specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig was. Hof Den Haag besliste echter in navolging van Rechtbank Den Haag dat geen sprake was van gelijke gevallen, omdat X in Nederland werkte en niet uit het buitenland waren aangeworven en geen extraterritoriale kosten maakte.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.