Eerste pijpfitter had geen recht op 30%-regeling

Datum: 2 augustus 2011

BV X hield zich bezig met het aanleggen van pijpleidingen en het uitoefenen van een steamtracing en smallborebedrijf. Zij voerde omvangrijke projecten uit voor met name grote bedrijven op de Maasvlakte. De Duitse heer A trad in augustus 2007 in dienst bij BV X als eerste pijpfitter. Rechtbank Den Haag besliste dat A recht had op toepassing van de 30%-regeling. Volgens de Rechtbank had BV X aannemelijk gemaakt dat A bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst op 18 juli 2007 een specifieke deskundigheid bezat die op de Nederlandse markt niet of schaars aanwezig was. De inspecteur ging met succes in hoger beroep. Hof Den Haag besliste dat van een ervaren pijpfitter, zoals A, niet kon worden gezegd dat hij specifieke deskundigheid bezat in de zin van de 30%-regeling. Pijpfitten was een vak dat op het niveau van lager of middelbaar beroepsonderwijs kon worden geleerd. Dat in Nederland voor pijpfitten geen gestructureerde opleiding meer voor handen was en een schaarste heerste aan ervaren pijpfitters, maakte de bekwaamheid van een gekwalificeerd pijpfitter volgens het Hof niet tot een specifieke deskundigheid. Het Hof verklaarde het hoger beroep van de inspecteur gegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.