Werknemer was gebonden aan VSO tussen werkgever en Belastingdienst

Datum: 1 augustus 2011

X nam in 2000 deel aan een spaar- en beleggingsplan van zijn werkgever en stortte daarvoor € 1.000 in een aandelenfonds. In het inschrijvingsformulier verklaarde X zich ermee akkoord dat belastingheffing zou plaatsvinden op het moment van uitkering uit het fonds. In 2005 verzocht X om uitbetaling, waarop het fonds € 4.067 uitkeerde. De werkgever van X hield op grond van de met de Belastingdienst gemaakte afspraak op het verschil van € 3.067 tussen de uitkering en de inleg loonheffing in. In zijn aangifte IB 2005 ging X er alsnog vanuit dat de toekenning van de participatie in 2000 belast had moeten worden en dat de uitkering in 2005 onbelast was. De inspecteur corrigeerde de aangifte, waarop X in beroep ging. Hof Den Haag besliste in navolging van Rechtbank Den Haag dat het door X verkregen recht op het moment van ondertekening van het inschrijfformulier in 2000 onvoorwaardelijk was geworden en als loon was genoten. Tussen de inspecteur en de werkgever van X was volgens het Hof echter een rechtsgeldige vaststellingsovereenkomst (VSO) gesloten, waaraan X ook was gebonden. Door de ondertekening van het inschrijfformulier had X zich jegens zijn werkgever en mede ten gunste van de Belastingdienst gebonden te handelen overeenkomstig de door de werkgever en de Belastingdienst gemaakte afspraken over de fiscale behandeling van een deelname aan het spaar- en beleggingsplan. De afspraken tussen de werkgever en de Belastingdienst druisten ook niet zozeer in tegen de wet dat de Belastingdienst niet op nakoming daarvan mocht rekenen. Het Hof verklaarde het hoger beroep van X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.