Enkel uit coulance verminderen van aanslagen belette proceskostenvergoeding niet

Datum: 1 augustus 2011

Na een boekenonderzoek legde de inspecteur over 2002 tot en met 2005 navorderingsaanslagen IB en naheffingsaanslagen BTW op aan ondernemer X. X ging daartegen in beroep. Nadat Rechtbank Den Haag het beroep van X ongegrond had verklaard, traden X en de inspecteur nog eens in overleg en sloten zij een compromis. De inspecteur maakte de correcties vervolgens (gedeeltelijk) ongedaan en X trok, volgens de afspraak, zijn hoger beroepen in. X verzocht het Hof daarna om een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand. De inspecteur vond dat X daar geen recht op had, omdat hij zuiver uit coulance-overwegingen had gehandeld door na de uitspraak van de Rechtbank waarbij zijn correcties waren gehandhaafd, alsnog een compromis te sluiten met X. Daardoor was volgens de inspecteur geen sprake van geheel of gedeeltelijke tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a Awb. Hof Den Haag was het daar echter niet mee eens. Volgens het Hof hadden partijen geheel onverplicht iets van hun standpunt prijsgegeven om een einde te maken aan een onzekerheid van de uitkomst van een hoger-beroepsprocedure. De omstandigheid dat de Rechtbank in de beroepsfase de standpunten van de inspecteur had gevolgd, betekende volgens het Hof niet dat deze uitspraak in hoger beroep door het Hof ook zou worden bevestigd. Het Hof veroordeelde de inspecteur tot betaling van een forfaitaire proceskostenvergoeding.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.