Fictieve stakingswinst door overlijden telde mee voor bijdrage-inkomen ZVW

Datum: 29 juli 2011

Ondernemer X overleed op 19 januari 2008, waarna zijn mede-firmant het bedrijf voortzette. In de aangifte IB 2008 vermeldden de erven X een belastbare winst uit onderneming van € 74.538, die grotendeels bestond uit stakingswinst. De inspecteur stelde naar aanleiding daarvan het bijdrage-inkomen voor de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW vast op het maximumbedrag van € 31.231. De erven X gingen in beroep en stelden dat het bijdrage-inkomen in verband met het overlijden tijdsevenredig moest worden herrekend. Rechtbank Leeuwarden besliste dat de inkomenafhankelijke bijdrage werd geheven over de volgens de regels van afdeling 3.2 van de Wet IB 2001 bepaalde belastbare winst uit onderneming. X werd op grond van artikel 3.58 Wet IB 2001 geacht onmiddellijk vóór zijn overlijden zijn onderneming te hebben gestaakt en het daarin aanwezige vermogen tegen de waarde in het economische verkeer te hebben overgedragen aan zijn erfgenamen. De hiermee fictief voor de overlijdensdatum behaalde stakingswinst maakte volgens de Rechtbank deel uit van de door X in de periode van 1 januari 2008 tot en met 19 januari 2008 genoten belastbare winst uit onderneming en moest ook in aanmerking worden genomen bij de bepaling van de hoogte van het bijdrage-inkomen. De ZVW en de Regeling Zorgverzekering boden volgens de Rechtbank geen enkele ruimte om in geval van overlijden het bijdrage-inkomen tijdsevenredig te herrekenen of de (fictieve) stakingswinst buiten beschouwing te laten. De Rechtbank verklaarde het beroep van de erven X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.