Periode van 19 dagen acceptabel als verwerkingstijd aanvullende aangifte

Datum: 26 juli 2011

Nadat zij een aanmaning had ontvangen, diende BV X haar aangifte Vpb 2007 op 22 oktober 2008 in naar een belastbaar bedrag van nihil. Haar jaarstukken waren namelijk nog niet gereed. Toen de cijfers op 20 januari 2009 bekend waren, diende BV X een aanvullende aangifte in naar een belastbaar bedrag van € 44.751. Met dagtekening 7 februari 2009 legde de inspecteur een aanslag op naar de oorspronkelijk ingediende nihilaangifte. Op 7 maart 2009 legde de inspecteur een navorderingsaanslag Vpb 2007 op naar een belastbaar bedrag van € 44.751. BV X ging in beroep en stelde dat sprake was van een niet-navorderbaar ambtelijk verzuim. Rechtbank Den Haag stelde vast dat uit een schermprint bleek dat de aangifte op 13 januari 2009 was bekeken op de vraag of nader onderzoek nodig was en op 26 januari 2009 was doorgezonden naar Apeldoorn. De aanvullende aangifte van BV X was ook op 26 januari 2009 bij de Belastingdienst binnengekomen. De Rechtbank vond het daarom aannemelijk dat de inspecteur op het aanslagmoment redelijkerwijs nog geen kennis kon hebben van de aanvullende aangifte van BV X. BV X ging tevergeefs in hoger beroep. Hof Den Haag besliste dat de Belastingdienst bij het verwerken van grote hoeveelheden aangiften een redelijke verwerkingstijd nodig had tussen de feitelijke vaststelling van de aanslag en de dagtekening ervan. Tijdens dat verwerkingsproces konden nieuw ter beschikking gekomen gegevens niet worden meegenomen. Een verwerkingstijd van negentien werkdagen was volgens het Hof redelijk. Het Hof verklaarde het hoger beroep van BV X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.