Afschrijving commerciële goodwill verminderde fictief loon bij afroommethode

Datum: 30 juni 2011

Advocaat X bracht per 1 januari 1999 zijn aandeel in advocatenmaatschap Y geruisloos in een persoonlijke houdster-BV, die binnen de fiscale eenheid uitzakte naar BV Z. X was in dienstbetrekking van BV Z en verrichtte in deeltijd (90%) arbeid voor BV Z. Het winstaandeel voor BV Z bestond uit een aandeel in het totale resultaat van Y verhoogd met een winstaandeel volgens de ingroeiregeling. De inspecteur stelde dat het gebruikelijk loon moest worden bepaald aan de hand van de afroommethode. Hij verhoogde het winstaandeel met de vergoeding voor gebruik van een auto en de overige rentebaten en verminderde deze met de pensioenlasten (in eigen beheer) en de overige lasten. X ging in beroep en stelde dat de afroommethode niet kon worden toegepast, omdat zijn arbeidsprestaties slechts voor een gering deel het winstaandeel van Y bepaalden. Rechtbank Leeuwarden volgde het standpunt van de inspecteur dat het gebruikelijk loon van X kon worden bepaald volgens de afroommethode. Hof Leeuwarden was het daarmee eens, maar vond dat daarbij wel rekening mocht worden gehouden met een aftrek wegens de afschrijving commerciële goodwill die bij de inbreng in BV Z was overeengekomen. Het Hof besliste tot slot dat X onvoldoende feiten had gesteld om aannemelijk te maken dat bij de bepaling van het gebruikelijk loon ook rekening moest worden gehouden met de kosten en het risico in verband met mogelijke beroepsaansprakelijkheid. Het Hof verklaarde het hoger beroep van X gedeeltelijk gegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 23-09-2022