Bezwaren niet-ontvankelijk omdat aanslagen wel ter post waren bezorgd

Datum: 29 juni 2011

De inspecteur legde met dagtekening 5 december 2007 de aanslag inkomstenbelasting (IB) 2004 van X op en met dagtekening 12 december 2007 de aanslag IB 2005. De aanslagen werden gestuurd naar de a-straat waar X volgens de gemeentelijke basisadministratie stond ingeschreven. Bij brief van 31 december 2007 verzocht X de Belastingdienst om alle post voortaan te zenden aan de b-straat. X ging vervolgens na de bezwaartermijn van beide aanslagen in beroep en stelde dat hij de aanslagen niet had ontvangen en dat de inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat de aanslagen daadwerkelijk waren verzonden. Hof Amsterdam verklaarde in navolging van Rechtbank Haarlem het beroep van X ongegrond. Het Hof besliste dat de inspecteur met de ambtsedige verklaringen van een medewerker van de Belastingdienst voldoende aannemelijk had gemaakt dat de aanslag met dagtekening 5 december 2007 op 29 november 2007 ter post was aangeboden en de aanslag met dagtekening 12 december 2007 op 7 december 2007 ter post was aangeboden. Verder had X gebruik gemaakt van de bewaarservice van TNT Post in de periode 1 december 2007 tot en met 31 januari 2008. X kon de bewaarde post pas op 1 februari 2008 ophalen. Hieruit volgde volgens het Hof dat X alle voor hem bestemde post pas na het verstrijken van de bezwaartermijn kon ophalen. Wat er verder ook zij van de eventuele ontvangst van de aanslagen, X had volgens het Hof zelf bewerkstelligd dat hij nooit tijdig bezwaar kon maken tegen de aanslagen

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 23-09-2022