Verliesverrekeningsbeperking niet in strijd met EU-recht

Datum: 24 juni 2011

De activiteiten van BV X bestonden uit het deelnemen in, het voeren van beheer en het financieren van andere ondernemingen. BV X had vier meerderheidsdeelnemingen in Frankrijk, Zwitserland, Italië en Spanje. In 2005 maakte zij een verlies van € 17.017. De inspecteur stelde dat de verliesverrekeningsbeperking van artikel 20, lid 4, Wet Vpb van toepassing was, omdat BV X moest worden aangemerkt als zuivere houdster- en financieringsmaatschappij. Hof Den Haag was het daarmee eens en verklaarde het hoger beroep van BV X ongegrond. BV X ging in cassatie. De Hoge Raad besliste dat de verliesverrekeningsbeperking niet in strijd was met artikel 43 EU-verdrag. Artikel 20, lid 4, Wet Vpb maakte direct noch indirect onderscheid tussen houdstervennootschappen met alleen buitenlandse deelnemingen zonder v.i. in Nederland en houdstervennootschappen met binnenlandse deelnemingen. Het door BV X gesignaleerde verschil in behandeling werd veroorzaakt doordat houdstervennootschappen met binnenlandse deelnemingen een f.e. konden aangaan, terwijl houdstervennootschappen met alleen buitenlandse deelnemingen zonder v.i. in Nederland die mogelijkheid niet hadden. Het was echter niet in strijd met het EU-recht om geen f.e. toe te staan met een niet-ingezeten dochteronderneming. Dit gold ook als het doorslaggevende voordeel van het aangaan van een f.e. erin was gelegen dat artikel 20, lid 4, Wet Vpb daardoor niet van toepassing was op de betreffende belastingplichtige. Het verschil in behandeling op het punt van het aangaan van een f.e. was gerechtvaardigd uit hoofde van de noodzaak om de verdeling van de heffingsbevoegdheid tussen de lidstaten te handhaven. Dit gold voor alle verschillen in behandeling die bij de vaststelling van de aanslag voortvloeiden uit de omstandigheid dat bij een f.e. de werkzaamheden en het vermogen van de dochtermaatschappij werden geacht deel uit te maken van de werkzaamheden en het vermogen van de moedermaatschappij. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie van BV X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.