Aangaan maatschap met vader was geen schenking aan zoon

Datum: 23 juni 2011

X en zijn vader gingen met ingang van 1 januari 1995 een maatschap aan. Zijn vader bracht het tot dan toe in de vorm van een eenmanszaak geëxploiteerde agrarische bedrijf in en X zijn spaartegoeden. Op 31 december 2003 trad de vader uit de maatschap en zette X het agrarisch bedrijf alleen voort. In de aangifte schenkingsrecht verzocht X om toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit. De inspecteur legde een conserverende aanslag schenkingsrecht op van € 151.501, omdat de vader volgens hem door te kiezen voor het aangaan van een maatschap een schenking aan X had verricht. X ging in beroep. Hof Leeuwarden besliste in navolging van Rechtbank Leeuwarden dat in de keuze van de vader voor het aangaan van een maatschap geen materiële bevoordeling van X besloten lag. Door het aangaan van een maatschap ontstond een complex van rechten en verplichtingen, waarbij een (voorwaardelijke) bevoordeling van één van de maatschapsleden zou kunnen optreden. De vader had volgens het Hof de stille reserves voorbehouden en enkel het gebruik en genot van het merendeel van de activa ingebracht, zodat ook daarin geen directe bevoordeling van X lag. De inspecteur had volgens het Hof niet aannemelijk gemaakt dat X in 1995, waarin de maatschapsovereenkomst was gesloten, direct dan wel indirect (voorwaardelijk) was bevoordeeld door zijn vader, zodat geen sprake was van een schenking terzake van het daadwerkelijke aangaan van de maatschap. Het Hof verklaarde het hoger beroep van de inspecteur ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.