Verhuurde bovenverdieping van winkelpand was ondernemingsvermogen

Datum: 16 juni 2011

X exploiteerde op de begane grond van twee naast elkaar gelegen panden een winkel in kantoorbenodigdheden. Hij had de panden vanaf de aankoop in 1975 en 1976 volledig tot zijn ondernemingsvermogen gerekend. De panden hadden een zelfstandige ingang en een eigen huisnummer, maar waren juridisch niet gesplitst. Beide bovenverdiepingen waren niet in gebruik voor de winkel, maar vanaf de aankoop steeds als woonruimte verhuurd aan derden. In 2006 rekende X de bovenverdiepingen alsnog tot zijn privévermogen, maar volgens de inspecteur was sprake van ondernemingsvermogen. Hof Leeuwarden besliste dat een belastingplichtige de grenzen der redelijkheid overschreed door een gedeelte van een juridisch niet in appartementsrechten gesplitst pand tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen, als dat gedeelte zelfstandig rendabel was te maken en vast stond dat het door de belastingplichtige uitsluitend ter voorziening in zijn woonbehoefte zou worden gebruikt en dat het niet op enigerlei wijze dienstbaar zou zijn aan de onderneming. X gebruikte de bovenverdiepingen echter niet uitsluitend voor zijn woonbehoefte. De verhuur aan derden was een vorm van rendabel maken van de bovenverdiepingen, waarvan de opbrengsten aan de onderneming ten goede konden komen. In dit geval waren de opbrengsten ook daadwerkelijk ten goede gekomen aan de onderneming van X, en als zodanig fiscaal verwerkt. De bovenverdiepingen waren volgens het Hof terecht tot het ondernemingsvermogen van X gerekend.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 03-07-2020