Mazars niet aansprakelijk voor mislukte Malta-structuur van Deloitte

Datum: 22 september 2022

Na advies te hebben ingewonnen bij zijn belastingadviseur van Mazars Paardekoper Hoffman NV over de manier waarop hij kon emigreren met een zo laag mogelijke belastingdruk, werden de BV’s van directeur-grootaandeelhouder X in 1999 verplaatst naar Malta en verhuisde X naar Zwitserland. De BV’s konden volgens het advies van de belastingadviseur daarna dividenden uitkeren aan X zonder heffing van dividendbelasting en in hun aangiften Vpb konden zij rekening houden met aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. De Belastingdienst dacht daar anders over en legde in december 2005 naheffingsaanslagen dividendbelasting op van (na bezwaar) ruim € 1,6 mln. De BV’s bestreden deze tot en met de Hoge Raad, maar de naheffingen bleven overeind. X stelde in oktober 2015 zijn belastingadviseur aansprakelijk en eiste een schadevergoeding. De civiele kamer van Hof Den Haag wees de vordering af, omdat deze was verjaard. X en een van zijn BV’s (BV A) gingen met succes in cassatie. Volgens de civiele kamer van de Hoge Raad had het Hof bij de beoordeling van het begin van de verjaringstermijn van de vorderingen ten onrechte geen onderscheid gemaakt tussen X en zijn BV’s. Overeenkomstig de conclusie van Advocaat-Generaal Valk vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwees de zaak voor verdere behandeling naar Hof Amsterdam. Dat verwijzingshof wees de vorderingen van X en BV A af. Het Hof besliste dat niet kon worden vastgesteld dat Mazars een beroepsfout kon worden verweten op grond waarvan zij tegenover X en BV A aansprakelijk was, zodat het antwoord op de vraag naar verjaring in het midden kon blijven. X en BV A hadden onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het in hun ogen destijds al onjuiste advies om de zetels van de BV’s naar Malta te verplaatsen afkomstig was van Mazars. Mazars had eerst geadviseerd de zetels van de BV’s naar de Nederlandse Antillen te verplaatsen, maar concludeerde later in een notitie waarin de Ierland-route, de Antillen-route en de Malta-route werden vergeleken, dat de Ierland-route de voorkeur verdiende. Deloitte had de Ierland-route echter afgeraden. Volgens Mazars hadden X en BV A vervolgens tijdens een bespreking tussen X, BV A, Mazars en Deloitte, op advies van Deloitte gekozen voor een zetelverplaatsing naar Malta. Ook had Mazars met stukken onderbouwd dat Deloitte de zetelverplaatsing naar Malta ter hand had genomen en dat Mazars conform haar advies de persoonlijke emigratie van X begeleidde. Het Hof besliste daarom dat niet kon worden aangenomen dat Mazars X en BV A had geadviseerd om de zetels van de BV’s naar Malta te verplaatsen. Ook kon niet worden gezegd dat Mazars onder de gegeven omstandigheden X en BV A had moeten ontraden om te kiezen voor de Malta-route en de uitvoering daarvan door Deloitte. Het Hof verwierp de stelling van X en BV A dat Mazars de norm van een redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot had geschonden door hen bloot te stellen aan onnodige risico’s.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 23-09-2022