A-G: meeliften op inkeer van niet-medeschuldige vennoot niet mogelijk

Datum: 21 september 2022

Y werd op 11 juni 2013 met zijn auto staande gehouden langs de weg in verband met een openstaande belastingschuld, waarna de Belastingdienst beslag op zijn auto legde. Tijdens deze beslaglegging vertelde Y dat hij informatie had voor de Belastingdienst over escortbureau A waarvan hij en mevrouw X vennoot waren (geweest). Y gaf de inspecteur een USB-stick, met daarop onder meer alle omzetgegevens, de gegevens van de escortdames en de klanten. Vervolgens bleek uit onderzoek van de Belastingdienst dat de “zwarte” administratie op de USB-stick nagenoeg overeenkwam met de bij de latere doorzoeking inbeslaggenomen primaire aantekeningen en controlelijsten. De strafkamer van Hof Den Bosch veroordeelde X op 26 januari 2021 tot een gevangenisstraf van 18 maanden voor het opzettelijk doen van onjuiste aangiften BTW. Volgens het Hof was bewezen dat zij zich schuldig had gemaakt aan het opzettelijk doen van onjuiste en onvolledige aangiften BTW en dat zij opzettelijk een hoeveelheid Kamagra-pillen, waarvoor geen handelsvergunning gold, in voorraad had gehad. X had de Belastingdienst voor € 863.800 benadeeld ter zake van de BTW. Dat Y zich met betrekking tot de reeds ingediende onjuiste en onvolledige aangiften BTW met succes kon beroepen op de inkeerregeling bracht volgens het Hof niet mee dat X ook rechtsgeldig was ingekeerd. X ging in cassatie en herhaalde dat zij een beroep kon doen op de inkeerregeling van artikel 69, lid 3, (oud) AWR met betrekking tot het doen van onjuiste aangiften BTW. Advocaat-Generaal (A-G) Paridaens heeft hierop een conclusie genomen. Volgens de A-G ging X ten onrechte ervan uit dat zij tijdig en volledig had ingekeerd doordat medeschuldige Y een USB-stick met de “zwarte” administratie van het escortbureau aan een medewerker van de Belastingdienst had overhandigd. Op grond van artikel 69, lid 3, AWR verviel het recht tot strafvervolging als de schuldige tijdig alsnog de juiste en volledige informatie verstrekte. Anderen die hadden bijgedragen aan de aan de schuldige verweten gedraging konden alleen onder bijzondere omstandigheden ook van deze regeling profiteren. De A-G adviseerde de Hoge Raad het beroep in cassatie van X ongegrond te verklaren.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 23-09-2022