Wet rechtsherstel box 3

Datum: 20 september 2022

De staatssecretaris heeft het wetsvoorstel rechtsherstel box 3 (Kamerstuk 36203) naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit wetsvoorstel is de wettelijke vertaling van het beleidsbesluit rechtsherstel box 3 van 30 juni 2022, waarin de reikwijdte en de inhoud van het rechtsherstel in box 3 naar aanleiding van het Kerstarrest van de Hoge Raad is uitgewerkt. Het wetsvoorstel regelt het rechtsherstel voor deelnemers aan de massaalbezwaarprocedures over de jaren 2017 tot en met 2020 en voor aanslagen van alle andere belastingplichtigen die nog niet onherroepelijk vaststonden op 24 december 2021 of op die datum nog niet waren vastgesteld (waaronder aanslagen over de jaren 2021 en 2022). Daarvoor wordt een nieuwe berekening van het box 3-inkomen (het voordeel uit sparen en beleggen) opgesteld. Als de nieuwe berekening lager uitkomt dan de oorspronkelijke berekening van het voordeel uit sparen en beleggen, dan wordt dit nieuwe voordeel uit sparen en beleggen gehanteerd. In de nieuwe berekening wordt het voordeel uit sparen en beleggen gebaseerd op de werkelijke samenstelling van het vermogen. Voor de nieuwe berekening wordt het vermogen van de belastingplichtige onderverdeeld in drie categorieën: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Voor elke vermogenscategorie wordt een eigen forfaitair rendementspercentage voorgesteld dat zoveel mogelijk aansluit bij het werkelijk behaalde rendement over de betreffende vermogenscategorie. De rendementspercentages voor banktegoeden en schulden kunnen voor 2022 pas na afloop van dat belastingjaar worden vastgesteld omdat deze worden gebaseerd op de gegevens over de periode van januari tot en met november van het kalenderjaar, waarbij de maand november dubbel wordt geteld. Dubbeltelling van de maand november is nodig omdat de gegevens over december niet tijdig beschikbaar zijn om te kunnen verwerken in de aangiftesystemen voor het belastingjaar 2022. Volgens de MvT bij het wetsvoorstel is de rechtszekerheid echter voldoende gewaarborgd, omdat de rekenregels voor het vervangen van de percentages zijn vastgelegd in het wetsvoorstel. Voor de categorie overige bezittingen blijft de huidige meerjarige formule van rendementsklasse II van toepassing. Door aan te sluiten bij een meerjarig gemiddelde wordt verder voorkomen dat belastingplichtigen met overige bezittingen in (gemiddeld genomen) slechte beleggingsjaren geld terugkrijgen, ook als ze bezien over meerdere jaren wel een goed rendement hebben behaald. Het wetsvoorstel gaat verder in op de partnerverdeling. Omdat de hoogte van de gezamenlijke inkomensbestanddelen door het rechtsherstel kan zijn gewijzigd en de wijze van verdeling bij het rechtsherstel – door aan te sluiten bij de door de fiscale partners gekozen verdeling – afwijkt van de huidige wetgeving en dit mogelijk nadelig kan zijn voor de belastingplichtige, wordt op grond van de voorgestelde wettekst mogelijk gemaakt dat fiscale partners alsnog een andere verdeling ten aanzien van de extra aftrek kunnen kiezen. Hiertoe kunnen zij een verzoek om ambtshalve vermindering indienen bij de inspecteur of – voor de jaren 2021 en 2022 – een nieuwe aangifte indienen waarin zij hun gezamenlijke keuze kenbaar maken.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 23-09-2022