Te late NOW-aanvraag van veerdienst in heftige situatie toch terecht afgewezen

Datum: 4 augustus 2022

Stichting X exploiteerde een veerdienst. Zij vroeg op 19 mei 2021 subsidie aan op grond van de NOW 3-regeling, maar het UWV wees haar aanvraag af omdat deze te laat was ingediend. X ging in beroep en stelde dat haar aanvraag tóch in behandeling moest worden genomen omdat zij door de coronacrisis in financieel zwaar weer was terechtgekomen en de NOW 3-regeling juist was bedoeld om werkgevers zoals X daarin tegemoet te komen. Rechtbank Oost-Brabant stelde X in het ongelijk. De Rechtbank verwierp het beroep op het evenredigheidsbeginsel omdat de daarvoor door de CRvB voorgeschreven exceptieve toetsing niet tot het door X gewenste resultaat leidde. Verder was het noodkarakter van de NOW grofmazig van opzet en liet deze weinig tot geen maatwerk toe, juist om het UWV in staat te stellen in korte tijd geautomatiseerd grote hoeveelheden aanvragen te verwerken. De Rechtbank verwierp ook het beroep van X op het door de minister gevoerde buitenwettelijk begunstigend beleid op grond waarvan onder bijzondere omstandigheden een te late aanvraag toch in behandeling kon worden genomen. Op grond van dit beleid werd de verschoonbaarheid van een te late aanvraag alleen aangenomen in een situatie dat een betrokkene wegens een calamiteit of wegens overmacht buiten staat was de aanvraag tijdig in te dienen. De Rechtbank kwam al met al tot de conclusie dat de lat daarvoor niet werd gehaald. Dat betekende niet dat er niets aan de hand was: X had 30 mensen in dienst, waarvan 26 veermannen en -vrouwen en verder 4 mensen die op kantoor werkten. De administratrice was op 10 december 2020 ziek uitgevallen en vervolgens blind geworden en de directeur-bestuurder was 4 dagen later bij een noodlottig ongeval om het leven gekomen. Dit waren voor X en haar werknemers heftige en ingrijpende gebeurtenissen, waarbij uitgerekend per 1 januari 2021 een al veel eerder geplande accountantswissel plaatsvond. Voor de Rechtbank was het zonneklaar dat hierdoor alle continuïteit en zelfs het zicht op de financiën van X volledig weg was, waardoor op dat moment zondermeer sprake was van een overmachtsituatie. Deze overmachtsituatie had zeker tot medio januari 2021 geduurd, maar deze werkte volgens de Rechtbank niet verder door tot uiteindelijk 14 maart 2021, de datum waarop de termijn sloot voor het doen van aanvragen van de NOW-3. Verder was er in de tijd waarin deze kwestie speelde volop aandacht voor corona en ook de NOW. In de betreffende periode gold er in verband met corona een lockdown en zelfs een avondklok. Ook van een niet-ingewerkte administrateur mocht in die omstandigheden worden geacht dat hij met het bestaan van de NOW bekend was die (in verschillende varianten) sinds 31 maart 2020 bestond. De Rechtbank verklaarde het beroep van X ongegrond.

 

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.