Belastingrente € 2.300 lager na onterechte afwijzing van verzoek om VA

Datum: 3 augustus 2022

X verzocht op 29 juni 2020 om een voorlopige aanslag (VA) voor de IB 2019 naar een verzamelinkomen van € 268.719. De inspecteur wees het verzoek (geautomatiseerd) af omdat de datum voor het doen van aangifte ten tijde van het indienen van het verzoek was verstreken. Op 8 januari 2021 diende X zijn aangifte over 2019 in naar een verzamelinkomen van € 268.717. Vervolgens werd op 5 maart 2021 de definitieve aanslag opgelegd conform de ingediende aangifte met daarbij € 2.366 aan verschuldigde belastingrente. X ging in beroep en stelde dat de belastingrente op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel moest worden gematigd tot € 63, omdat de inspecteur zijn verzoek om een VA ten onrechte had geweigerd aangezien X op dat moment nog niet was uitgenodigd tot het doen van aangifte en daardoor geen sprake was van een reeds verstreken aangiftetermijn. Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelde X in het gelijk. Ten tijde van het verzoek om een VA was X niet uitgenodigd tot het doen van aangifte, zodat (nog) geen sprake was van een voor hem geldende indieningstermijn. De inspecteur had het verzoek van X dan ook niet geautomatiseerd mogen afwijzen. Volgens de Rechtbank had de inspecteur bij het afwijzen van het verzoek niet de vereiste zorgvuldigheid betracht die in de gegeven omstandigheden in redelijkheid van hem mocht worden gevergd. Dat geen belastingrente in rekening zou zijn gebracht als X uit eigen beweging en dus zonder te zijn uitgenodigd vóór 1 mei 2020 aangifte IB had gedaan, nam volgens de Rechtbank niet weg dat het de taak van de inspecteur was om zorgvuldig te beslissen op een verzoek om een VA. Daar kwam bij dat niet gebleken dat sprake zou zijn van nalatigheid van X, zodat artikel 13, lid 5, onderdeel c, AWR niet in de weg stond aan toewijzing van het verzoek. De inspecteur had bovendien na indiening van het verzoek ruim drie maanden gewacht voordat X op de hoogte was gesteld van het niet in behandeling nemen van het verzoek, terwijl de inspecteur moest hebben geweten dat X hierdoor een rentenadeel zou leiden. De Rechtbank verklaarde het beroep van X gegrond en verminderde de belastingrente naar € 63.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.