Herziene aangifte met andere inkomenstoerekening aanmerken als bezwaar

Datum: 2 augustus 2022

De inspecteur legde aan X en zijn partner op 7 augustus 2020 aanslagen IB 2019 op. Van het totale saldo inkomsten eigen woning van € 4.194 negatief was aan ieder van de partners € 2.097 negatief toegerekend. Op 3 oktober 2020 deed X een herziene aangifte waarbij hij het totale saldo van de inkomsten eigen woning aan zichzelf toerekende. De inspecteur merkte de herziene aangifte aan als een verzoek om ambtshalve vermindering en wees dit af. X maakte vervolgens bezwaar tegen de afwijzende beslissing van de inspecteur. De inspecteur verklaarde het bezwaar ongegrond. X ging in beroep. Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelde voorop dat een herziene aangifte in beginsel moest worden aangemerkt als een bezwaarschrift, tenzij de belanghebbende expliciet had verzocht om de herziene aangifte te behandelen als een verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag. De Rechtbank verwees daarvoor naar een uitspraak van Hof Den Bosch van 25 mei 2022 . Daarvan was in dit geval geen sprake, omdat de herziene aangifte zonder begeleidend schrijven was ingediend, zodat de inspecteur de herziene aangifte in elk geval had moeten aanmerken als een bezwaarschrift. De Rechtbank droeg de inspecteur daarom op de herziene aangifte alsnog aan te merken als een bezwaar tegen de aanslag en dat bezwaar in behandeling te nemen. Vervolgens besliste de Rechtbank dat in deze procedure nog niet kon worden beslist op de vraag of X en zijn partner de inkomenstoerekening zoals die was gekozen bij de aangifte nog konden wijzigen. Deze procedure had namelijk betrekking op de beslissing op het verzoek om ambtshalve vermindering en over de aanslag van X liep nog een bezwaarprocedure. De Rechtbank verklaarde het beroep van X gegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.