Rente op derdenrekening beperkte aftrek voorbelasting notariskantoor

Datum: 20 juni 2022

Notariskantoor BV X beschikte over een derdengeldenrekening waarop regelmatig zeer grote bedragen stonden omdat zij een grote commerciële vastgoedpraktijk had. Zij ontving op de derdengeldenrekening een rentevergoeding van € 114.130 in 2011, € 113.184 in 2012 en € 119.215 in 2013. BV X bracht alle voorbelasting op haar algemene kosten in aftrek, maar de inspecteur hief een deel van die afgetrokken voorbelasting met boeten na omdat volgens hem BV X een evenredige (pro rata) aftrek moest toepassen, waarbij de rente als omzet uit vrijgestelde handelingen in aanmerking moest worden genomen. BV X ging in beroep en stelde dat de rentebedragen bij de berekening van het aftrekbare gedeelte van de voorbelasting (het pro rata) buiten beschouwing moesten blijven op grond van artikel 174, lid 2, BTW-Richtlijn 2006. Rechtbank Noord-Holland besliste dat het aanhouden van de derdengeldenrekening, en het in verband daarmee genieten van de rente, een rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk was van haar belastbare activiteit als notariskantoor. De rechtstreeksheid volgde uit het feit dat transacties die met notariële tussenkomst van BV X plaatsvonden, financieel over de derdengeldenrekening werden afgewikkeld. Omdat BV X de rekening permanent aanhield, was bovendien sprake van duurzaamheid. Het stond ook vast dat het aanhouden van de rekening noodzakelijk was voor een notariskantoor. De Rechtbank verwierp vervolgens de stelling van BV X dat het aanhouden van de derdengeldenrekening bijkomstig was. BV X kon daarom niet de voorbelasting op haar algemene kosten integraal in aftrek brengen, maar een deel op basis van een pro rata, zoals de inspecteur had gecorrigeerd. De Rechtbank verklaarde het beroep van BV X ongegrond en handhaafde ook de verzuimboeten, maar matigde die met 20% in verband met undue delay tot € 296 en € 1.529.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.