Maaltijdbezorgers Deliveroo volgens A-G De Bock werknemers

Datum: 20 juni 2022

Deliveroo verzorgde via een digitaal platform een online maaltijdbestel- en betaalsysteem met bezorgdienst. De maaltijdbezorgers werkten vanaf februari 2018 niet meer op basis van een arbeidsovereenkomst maar op basis van een (partner)overeenkomst van opdracht. Op grond daarvan moest de bezorger zich als ondernemer inschrijven bij de KvK en over een BTW-nummer beschikken. Betaling vond plaats op basis van facturering per afgeleverde bezorging, waarbij de hoogte wisselde. De partnerovereenkomst kon door de bezorger direct worden opgezegd en voor Deliveroo gold een opzegtermijn van een week. Vakbond FNV vond dat maaltijdbezorgers in dienst waren van Deliveroo en stapte naar de burgerlijke rechter. De civiele kamers van Rechtbank Amsterdam en Hof Amsterdam waren het met FNV eens dat de rechtsverhouding tussen Deliveroo en haar bezorgers, in afwijking van het schriftelijke contract, was aan te merken als een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW. Advocaat-Generaal (A-G) De Bock heeft naar aanleiding van het beroep in cassatie van Deliveroo een conclusie genomen en concludeert dat de platformwerkers werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst. Volgens de A-G draait het in deze zaak vooral om de invulling van het gezagscriterium. Daarbij gaat het er volgens de A-G om of het werk organisatorisch is ingebed in de onderneming van de werkverschaffer. Als de werkzaamheden een wezenlijk onderdeel uitmaken van de bedrijfsvoering, zal daar volgens de A-G snel sprake van zijn. Deze benadering sluit aan bij het wettelijke criterium, of het werk wordt verricht “in dienst van een ander”. Alleen als de werker als zelfstandig ondernemer kan worden beschouwd, is volgens de A-G géén sprake van organisatorische inbedding van het werk in de onderneming van de werkverschaffer. Het is als uitgangspunt het een of het ander: de werker werkt “in dienst van een ander” doordat het werk is ingebed in de onderneming van die ander, of de werker heeft zijn of haar eigen onderneming. Er moet gekeken worden naar de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden. De contractsbepaling van Deliveroo dat de maaltijdbezorger vrij is om zich te laten vervangen, staat volgens de A-G niet in de weg aan de kwalificatie als arbeidsovereenkomst. Dat geldt ook voor de contractuele vrijheid van de bezorger om te werken (in te loggen) wanneer hij of zij dat wil. Omdat de procedure is gevoerd door FNV is daarmee ook aan de orde of artikel 3:305a BW (oud) ruimte biedt voor het verkrijgen van een verklaring voor recht dat de rechtsverhouding tussen Deliveroo en haar bezorgers, in afwijking van het schriftelijke contract, geldt als arbeidsovereenkomst. Volgens de A-G is dat het geval. De A-G adviseerde de Hoge Raad het cassatieberoep van Deliveroo ongegrond te verklaren.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.