Winstuitdeling van ruim € 15 mln nagevorderd bij initiatiefnemer Staatsloterijverlies

Datum: 17 juni 2022

In 2008 startte X een initiatief ter verkrijging van schadevergoeding omdat de Staatsloterij winnende loten niet uitsluitend trok uit verkochte loten, maar ook uit niet-verkochte loten. X was bestuurder en middellijk aandeelhouder van BV Y, die was opgericht om juridische bijstand te verlenen aan gedupeerden van kansspelen. BV Y sloot met gedupeerden van de staatsloterij een overeenkomst. In juli 2008 richtte X de stichting Loterijverlies op om een collectieve actie te kunnen instellen. Deelnemers betaalden eenmalig een inschrijfgeld van € 25 en daarnaast € 10 voor ieder extra lot waarmee de deelnemer had meegespeeld. Daarnaast was een no cure no pay-vergoeding van 15% (later 20%) van het teruggevorderde bedrag overeengekomen tussen BV Y en de deelnemers als de procedure succesvol zou worden afgerond. In 2013 wees civiele kamer van Hof Den Haag de vordering van de stichting tegen de Staatsloterij toe, maar de stichting en de Staatsloterij gingen in cassatie. In juli 2014 werd op het eiland Man Z Ltd opgericht, waarvan de aandelen indirect eigendom van X waren. Op 21 augustus 2014 sloten BV Y en de stichting Loterijverlies een cessieovereenkomst met Z Ltd. Ze droegen de rechten op de no cure no pay-vergoedingen van de deelnemers en de vorderingen op de Staatsloterij over aan Z Ltd voor een bedrag van € 25.000. Vanaf november 2014 tot november 2015 maakte BV Y in totaal € 2.844.270 over aan Z Ltd voor een voorgenomen handtekeningenactie, bedoeld om de administratie van de deelnemers op orde te krijgen. In 2015 verwierp de civiele kamer van de Hoge Raad het cassatieberoep van zowel de stichting als de Staatsloterij tegen de uitspraak van Hof Den Haag, waarna de stichting in januari 2016 in kort geding van de Staatsloterij een voorschot van € 10 mln vorderde. Rechtbank Den Haag wees de vordering af. In juli 2016 kwam de inspecteur op de hoogte van Z Ltd en de cessie van de vordering op 31 augustus 2014, en stelde verder onderzoek in. In 2018 legde de inspecteur aan X een navorderingsaanslag IB 2014 op. De vordering op de Staatsloterij had volgens de inspecteur een waarde in het economische verkeer van ruim € 15 mln. Het verschil met de overdrachtswaarde van € 25.000 was volgens de inspecteur een verkapte winstuitdeling van BV Y aan X. BV Y ontving daarom ook een navorderingsaanslag Vpb 2014. X en BV Y gingen in beroep, maar Rechtbank Noord-Holland handhaafde de navorderingsaanslagen. Ook als rekening werd gehouden met winkansen, het tijdsverloop om bedragen terug te vorderen van de Staatsloterij en de kans dat het om andere redenen niet zou lukken om schadevergoedingen of schikkingen voor de deelnemers te realiseren, dan resteerde volgens de Rechtbank nog steeds een aanzienlijke meerwaarde in de overgedragen potentiële claims. X was volgens de Rechtbank bevoordeeld in zijn hoedanigheid van aandeelhouder omdat de potentiële vordering was overgedragen van de ene zustervennootschap aan de andere zustervennootschap voor een prijs die veel lager was dan de werkelijke waarde. Met de overdracht aan Z Ltd was een aanzienlijke boekwinst gerealiseerd bij BV Y. Het hiermee gemoeide voordeel was genoten door X en werd geacht door hem te zijn ingebracht als kapitaal in Z Ltd. X moest zich hiervan bewust zijn geweest. De Rechtbank volgde de nadere berekening van de waarde van de vordering door de inspecteur op € 13,8 mln. Tot slot besliste de Rechtbank dat de in het kader van de handtekeningenactie gemaakte kosten van in totaal € 157.858 in een dusdanige wanverhouding stonden tot de vooraf gedeclareerde kosten van € 2,8 mln dat het niet anders kon zijn dan dat de overeenkomsten met Z Ltd berustten op onzakelijke gronden. Het was volstrekt ongeloofwaardig dat X dit niet had kunnen voorzien en dat de kosten achteraf gezien waren “meegevallen”. De Rechtbank wees in dit kader ook op de strafzaak tegen X. De winst en de winstuitdeling in verband met de handtekeningenactie bedroegen € 1.644.270.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.