Opslag belangrijkste taak selfstorage-bedrijf, dus ODB

Datum: 11 mei 2022

BV X verwierf op 30 juni 2015 alle aandelen in het concurrerende selfstorage-bedrijf BV Y. De bedrijfsvoering van BV Y omvatte het ter beschikking stellen van opslagruimten aan klanten met heel veel aanverwante diensten, zoals begeleiding en advisering, assisteren bij het opslaan en verwijderen van materialen, verkoop van inpak- en/of opslagmaterialen, het afsluiten van verzekeringen voor de opgeslagen goederen, de beveiliging en screening van klanten, de terbeschikkingstelling van rolwagentjes en de verhuur van aanhangwagens. De inspecteur stelde dat BV Y moest worden aangemerkt als een onroerendezaaklichaam (OZL) in de zin van artikel 4, lid 1, letter a, WBR en legde aan BV X een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting (ODB) op van bijna € 6,5 mln op. BV X ging in beroep. Rechtbank Den Haag stelde haar in het ongelijk, maar Hof Den Haag verklaarde het hoger beroep van BV X gegrond. De staatssecretaris ging in cassatie. De Hoge Raad besliste dat het Hof had miskend of verzuimd te motiveren waarom in dit geval de terbeschikkingstelling van ruimten aan klanten ondergeschikt was aan de door BV Y geleverde diensten aan haar klanten. De Hoge Raad verwees de zaak naar Hof Amsterdam. Het verwijzingshof leidde uit de raamovereenkomst en de algemene bepalingen af dat wat BV Y en haar klanten waren overeengekomen gericht was op het exploiteren van onroerende zaken (opslagruimtes) door deze tegen betaling van huurpenningen tijdelijk ter beschikking te stellen. Daarbij was van het in bewaring geven van spullen, zoals BV X stelde, volgens het Hof geen sprake omdat BV Y en haar klanten in de raamovereenkomst de aanwezigheid van een overeenkomst van bewaarneming expliciet hadden uitgesloten en de verplichtingen tussen partijen ook inhoudelijk niet bij een dergelijke overeenkomst aansloten. Zo rustte op BV Y bijvoorbeeld niet de voor een bewaarnemer kenmerkende zorgplicht. Het Hof besliste vervolgens dat bij het geheel van prestaties dat BV Y aan haar klanten verrichtte de verhuurdienst ondergeschikt was aan de overige aan deze klanten verrichte diensten. Het Hof was het eens met de inspecteur dat de klimaatbeheersing en beveiliging van de opslagruimtes in dit geval elementen van de dienstverlening waren die inherent waren aan de verhuur. Het Hof vond aannemelijk dat het de klanten van BV Y te doen was om de gehuurde ruimtes en dat de genoemde, optionele diensten alleen zouden worden afgenomen als de klant dat noodzakelijk of wenselijk vond in het licht van die huur. Het totaal van de prestaties van BV Y vormde ook niet tezamen een meeromvattende dienst (bewaring of “ontzorging”) waaraan de verhuur ondergeschikt was. BV Y adverteerde met de verhuur van opslagruimten en niet met het geven van advies of andere diensten, zodat het de klanten volgens het Hof om de verhuur en niet om de overige diensten te doen was. Het Hof besliste dat de dienstverlening van BV Y vanuit het gezichtspunt van haar klanten hoofdzakelijk bestond uit het (door verhuur) exploiteren van onroerende zaken en dat haar overige prestaties aan die verhuur ondergeschikt waren. Aan de doeleis was voldaan. Het Hof was het echter niet eens met de heffingsgrondslag van € 21,6 mln. Het enkele feit dat de bedoelde diensten enige synergie met de verhuur van opslagruimten hadden, was onvoldoende om deze waarde aan de onroerende zaken toe te kennen, zeker nu dergelijke diensten door derden ook los van die verhuurde onroerende zaken werden aangeboden. Het Hof besliste tot slot met betrekking tot de hoogte van de naheffingsaanslag dat noch inspecteur noch BV X de waarde van de onroerende zaken aannemelijk had gemaakt. Het Hof stelde de heffingsgrondslag daarom in goede justitie vast op € 95 mln. Uitgaande van deze waarde was volgens het Hof ook voldaan aan de bezitseis van artikel 4, lid 1, aanhef en onderdeel a, van de WBR. Het Hof verklaarde het hoger beroep van BV X ongegrond en het incidenteel hoger beroep van de inspecteur gegrond. Het Hof vernietigde de uitspraak van de Rechtbank en verlaagde de heffingsgrondslag naar € 95 mln.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 27-05-2022