Voormalig penningmeester FvD niet in dienst bij gelieerde stichting van FvD

Datum: 12 januari 2022

In 2016 richtte X samen met Y en Z de Vereniging Forum voor Democratie (de politieke partij FvD) op en werd penningmeester van FvD. Hij werd ook lid van het bestuur van de Stichting Forum voor Democratie en van twee andere aan FvD gelieerde stichtingen. In maart 2017 richtte Y met een vierde persoon een stichting op met als doel het in dienst nemen van personeelsleden ter ondersteuning van de Tweede Kamerfractie van FvD. X trad voor onbepaalde tijd in dienst van deze laatste stichting als politiek adviseur tegen een salaris van € 7.705,27 bruto per maand en ondertekende daartoe een arbeidsovereenkomst. In 2019 ontstond een verschil van mening tussen X en Y en in april 2019 beëindigde X zijn arbeidsovereenkomst met de Stichting Ondersteuning Tweede Kamerfractie FvD. In oktober 2000 spande de Stichting een procedure aan tegen X omdat hij minstens 16 keer het geheimhoudingsbeding in zijn arbeidsovereenkomst had overtreden. X stelde echter dat van een arbeidsovereenkomst geen sprake was geweest en dat hij de uitlatingen had gedaan als partijbestuurder van FvD en dat deze uitlatingen moesten worden gezien in het licht van de politieke richtingenstrijd tussen hem en Y. De kantonrechter van Rechtbank Amsterdam stelde X in het gelijk. X verrichtte niet onder leiding en toezicht zijn werkzaamheden. Hij was primair actief als partijbestuurder, had de feitelijke leiding over de organisatie en diverse campagnes, zette de politieke lijn van FvD uit en was intensief betrokken bij de selectie van kandidaten voor de diverse politieke gremia. Volgens de kantonrechter ontbrak het vereiste element van gezagsverhouding (ondergeschiktheid) om een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 BW aan te nemen. Partijen hadden bij het aangaan van de overeenkomst slechts bedoeld de bezoldiging van X te regelen, omdat hij zijn plaats (nummer 2) op de lijst voor de Tweede Kamerverkiezingen had afgestaan en daarom niet in aanmerking kwam voor de schadeloosstelling die hij anders als Tweede Kamerlid had ontvangen. De Stichting kon haar vordering dus niet baseren op een in een arbeidsovereenkomst vastgelegd geheimhoudingsbeding. Een redelijke uitleg van de overeenkomst bracht volgens de kantonrechter mee dat het geheimhoudingsbeding niet van toepassing was op de uitlatingen die X als partijbestuurder van FvD had gedaan.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.