Uitleg operationele winst (EBIT) niet in VSO geregeld: bezwaar ontvankelijk

Datum: 10 januari 2022

NV X en de inspecteur sloten op 26 september 2017 een vaststellingsovereenkomst (VSO) over de toepassing van de innovatiebox. Bij de bepaling van het aan de innovatiebox toerekenbare gedeelte van de winst werd de operationele winst (de EBIT) van NV X in de VSO als startpunt genomen. Die operationele winst werd volgens de VSO bepaald op fiscale grondslagen. De winst van BV X omvatte mede haar netto financiële kosten, onder te verdelen in kosten die samenhingen met haar clearing faciliteit (cash financiering), vergoedingen voor securities lending en de margin/CPP-vergoeding. In bezwaar tegen haar aanslag Vpb 2018 stelde NV X dat deze kostencomponenten rente betroffen en daardoor tot een bedrag van € 30.821.185 ten onrechte in de EBIT waren betrokken. De inspecteur was daardoor volgens NV X bij het vaststellen van de aanslag uitgegaan van een te lage grondslag voor de innovatiebox. De inspecteur verklaarde het bezwaar van NV X niet-ontvankelijk, omdat NV X in de VSO afstand had gedaan van haar recht om in bezwaar en beroep te komen ter zake van in de VSO geregelde onderwerpen. Aan het begrip EBIT was volgens de inspecteur invulling gegeven in de VSO en daaruit volgde dat de netto financiële kosten voor de toepassing van de VSO tot de EBIT behoorden. NV X ging in beroep. Rechtbank Noord-Holland besliste dat operationele winst of EBIT geen in de Wet Vpb vastgelegde begrippen waren en in de VSO ook niet nader waren omschreven. Dit bracht volgens de Rechtbank mee dat dit onderwerp niet was geregeld in de VSO. Daaraan deed niet af dat NV X in de spreadsheet bij de VSO de kostencomponenten als onderdeel van haar EBIT had verantwoord en dat ten tijde van het sluiten van de VSO tussen partijen kennelijk geen verschil van mening bestond over dat deze kostencomponenten onder de EBIT van NV X vielen. De spreadsheet diende volgens de Rechtbank vooral als voorbeeldberekening van de verdeling van de EBIT per immaterieel activum, of samenhangende groep immateriële activa en zag niet op de vraag welke kostencomponenten tot de EBIT behoorden. NV X had volgens de Rechtbank niet uitdrukkelijk afstand gedaan van het recht van bezwaar en beroep met betrekking tot de vraag welke kostencomponenten tot de EBIT behoren. De inspecteur had het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De Rechtbank droeg de inspecteur op om opnieuw op het bezwaar te beslissen.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.