Taakstraf en € 200.000 boete voor niet-aangeven € 1 mln na echtscheiding

Datum: 30 november 2021

De FIOD startte naar aanleiding van een renseignement uit Zwitserland en daarna door mevrouw X aan de Belastingdienst verstrekte informatie een onderzoek naar de juistheid van de door haar gedane aangiften IB over 2011 tot en met 2015. Toen bleek dat zij en haar ex-echtgenoot begin 2007 uit elkaar waren gegaan en eind 2007 overleg hadden gehad over een door mevrouw X te ontvangen bedrag van € 5 mln, waarvan € 1 mln contant. Dit was echter niet opgenomen in het in mei 2011 ondertekende echtscheidingsconvenant. Wel was daags na de ondertekening op een bankrekening ten name van mevrouw X bij de Credit Suisse bank in Zwitserland een bedrag gestort van omgerekend ongeveer € 1 mln. Omdat zij dat bedrag niet in haar aangiften had vermeld, werd zij strafrechtelijk vervolgd voor het opzettelijk onjuiste doen van aangiften IB. De strafkamer van Rechtbank Rotterdam besliste dat het niet anders kon dan dat het saldo bij Credit Suisse bestond uit een betaling die voortkwam uit de afwikkeling van de echtscheiding. De Rechtbank vond het niet aannemelijk dat in de periode 2009-2011 voor € 1 mln kunst en antiek was verkocht. De betaling had in 2011 als inkomen in box 1 moeten worden aangegeven en voor wat betreft de jaren erna in box 3. De Rechtbank verwierp de stelling van mevrouw X dat zij kon en mocht menen dat zij geen aangifte hoefde te doen van buitenlandse banktegoeden. Het kon volgens de Rechtbank niet anders dan dat het handelen van mevrouw X erop was gericht het banktegoed buiten het zicht van de fiscus te houden en dat zij opzet had op het doen van onjuiste aangiften IB. De Rechtbank veroordeelde mevrouw X tot een gevangenisstraf van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, een taakstraf van 160 uur en een geldboete van € 200.000.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.