Memo Belastingdienst over herzien of intrekken beschikkingen Vpb-f.e.

Datum: 25 november 2021

Hof Den Bosch besliste op 5 november 2021 dat de Belastingdienst een aan een BV afgegeven beschikking fiscale eenheid (f.e.) later niet kon herzien. Het Hof baseerde zijn beslissing op de wet, het rechtzekerheidsbeginsel en op niet-gepubliceerd intern beleid uit een “Instructie herzien of intrekken van beschikkingen” van 10 november 2014. Op verzoek van Fiscaal up to Date heeft een woordvoerster van de Belastingdienst het Memo verstrekt waarin dit beleid is vastgelegd. Het beleid is ontstaan naar aanleiding van de discussie over de mogelijkheid om diverse beschikkingen in de Belastingwet (die geen expliciete wettelijke herzieningsmogelijkheid bevatten) te kunnen herzien. De lavaco’s FR, Vpb en IH hebben daarom één lijn geformuleerd voor de diverse middelen om zo de eenheid van standpunten te bevorderen. Deze lijn luidt als volgt:

  • In het bestuursrecht geldt als regel dat het bestuursorgaan dat een beschikking mag afgeven, deze beschikking ook mag herzien. Deze zogenoemde impliciete herzieningsbevoegdheid is tot nu toe in het fiscale recht niet erkend. In het fiscale recht is een beschikking alleen te herzien als de wet daartoe een mogelijkheid biedt. Indien deze wettelijke mogelijkheid ontbreekt, is de inspecteur gebonden aan een eenmaal afgegeven beschikking. Het is daarom noodzakelijk dat beschikkingen op aanvraag zorgvuldig door de inspecteur worden beoordeeld worden.
  • Ook als beschikkingen op onjuiste gronden zijn afgegeven, verzet het rechtzekerheidsbeginsel zich ertegen dat eenmaal afgegeven beschikkingen worden herzien of ingetrokken. Dit is anders als de onjuistheid te wijten is aan belanghebbende. Dat kan zich voordoen als hij opzettelijk onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt. Bij verwijtbaar onvolledig informeren van de inspecteur kan gedacht worden aan de situatie waarin belanghebbende bepaalde relevante gegevens achterhoudt, die hij onder de gegeven omstandigheden wel had moeten verstrekken en ter zake waarvan bij de inspecteur in de betreffende situatie op basis van het verzoek in redelijkheid geen nadere onderzoeksplicht bestond. In gevallen waarin belanghebbende opzettelijk of grofschuldig onjuiste of onvolledige informatie verstrekt, waardoor de onjuiste beschikking is afgegeven is de Belastingdienst dan ook van mening dat de beschikking kan worden herzien.
  • Buiten de duidelijke gevallen waarin vanwege de verwijtbaarheid bij belanghebbende de beschikking kan worden ingetrokken of herzien, is het denkbaar dat er minder duidelijke gevallen zijn. In die gevallen is er geen sprake van opzettelijk onjuist of onvolledig informeren maar is het afgeven van de onjuiste beschikking wel in enige mate te wijten aan belanghebbende. In deze situaties zal van geval tot geval bekeken moeten worden of intrekking of herziening mogelijk is. Hierbij moet het gaan om situaties waarin belanghebbende relevante informatie niet heeft verstrekt en de inspecteur op basis van de wel beschikbare gegevens geen nadere onderzoeksplicht had. Daarbij ontstaat, net als bij vooroverleg, geen binding aan een bewust standpunt als belastingplichtige de relevante voorinformatie niet heeft verstrekt.
  • Als een beschikking wordt ingetrokken of herzien, dan werkt deze intrekking of herziening doorgaans terug naar alle beschikkingen en dergelijke waarop de beschikking betrekking heeft (gehad).
  • Voor alle gevallen van herziening of intrekking is overleg met de vaco FR noodzakelijk.
Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.