Telecomaanbieder óók BTW verschuldigd over abonnementsgeld databundels

Datum: 22 november 2021

BV X bood mobiele telefonie abonnementen aan die waren opgebouwd uit een combinatie van bundels: een belbundel, een supportbundel, een sms-bundel en een databundel. BV X voldeed over het derde kwartaal 2017 € 49,5 mln BTW op aangifte. Zij maakte bezwaar en verzocht om een teruggaaf van € 5,3 mln BTW omdat zij vond dat zij geen BTW was verschuldigd over het bedrag voor de ongebruikte MB’s en over donaties binnen de databundels bij abonnementen van particuliere klanten. Volgens BV X was zij geen BTW verschuldigd op het tijdstip van de ontvangst van de abonnementsgelden, voor zover de abonnementsgelden waren toe te rekenen aan de databundels, omdat het hier ging om een onbelaste vooruitbetaling. Omdat klanten met de databundels ook MB’s konden doneren aan een goed doel was volgens BV X sprake van meervoudig gebruik. Hierdoor was de prestatie onvoldoende bepaald en was over de vooruitbetaling volgens BV X geen BTW verschuldigd. Rechtbank Gelderland stelde BV X in het ongelijk. Uit de overeenkomst tussen BV X en de particuliere klant en de algemene voorwaarden volgde dat BV X zich ertoe verplichtte om tegen betaling van de abonnementsprijs het recht te verlenen om gebruik te maken van haar mobiele netwerk voor telefonie, sms en dataverkeer. Hierbij was niet van belang of de klant daadwerkelijk gebruikmaakte van deze telecommunicatiediensten. Als de klant niet alle gebruikseenheden (belminuten, sms, MB’s) binnen een bundel van het abonnement gebruikte, betaalde BV X immers niet een gedeelte van de abonnementsprijs terug aan de klant. Dit bevestigde volgens de Rechtbank dat BV X met de abonnementen een dienst verrichtte die bestond uit het recht om gebruik te maken van de uitvoering van de door BV X bij de overeenkomst aangegane verplichtingen. De Rechtbank wees hierbij op een arrest van het EU-Hof van Justitie van 11 juni 2020 in de zaak van Vodafone Portugal. De betaling van de abonnementsprijs was dus de volledige vergoeding voor die prestatie, ongeacht of en hoe vaak gebruik was gemaakt van de telecommunicatiediensten. BV X was over de volledige vergoeding BTW verschuldigd op het moment dat de betaling werd ontvangen. Voor zover een gedeelte van de betaling van de abonnementsprijs als een vooruitbetaling moest worden beschouwd, stond dit de verschuldigdheid van BTW niet in de weg, omdat de diensten duidelijk waren bepaald en tussen partijen niet in geschil was dat geen sprake was van abonnementen met databundels waarbij ook “content” kon worden afgenomen. Van meervoudig gebruik was dan ook geen sprake. De actie van BV X waarbij klanten door middel van het doneren van MB’s via een app konden bijdragen aan een goed doel en na de donatie meededen aan een kansspel, leidde er niet toe dat de rechtsbetrekking tussen BV X en de klant over het afgesloten abonnement wijzigde. De Rechtbank verwierp ook de stelling van BV X dat de databundels van abonnementen waarbij gedoneerd kon worden als multipurpose-abonnementen waren aan te merken in de zin van het Beleidsbesluit van 25 januari 2013. Daarin werden abonnementen alleen als multipurpose-abonnementen aangemerkt als op het moment van ingang van het abonnement vaststond dat het abonnement daadwerkelijk kon worden gebruikt voor de betaling van zowel de afzonderlijke telecommunicatiedienst(en) als voor de betaling van andersoortige prestaties (bijvoorbeeld contentdiensten) en waarbij op het moment van ingang van het abonnement de verschuldigde BTW over de te verrichten prestaties niet kon worden bepaald. Daarvan was in dit geval echter geen sprake. De Rechtbank verklaarde het beroep van BV X ongegrond.

 

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.