“Jubelton” belast met schenk- én erfbelasting

Datum: 14 oktober 2021

Mevrouw Y ging in beroep tegen een aanslag erfbelasting waarbij € 110.610 als fictieve erfrechtelijke verkrijging was aangemerkt. Zij stelde dat ten aanzien van de in augustus 2014 van haar moeder ontvangen schenking van € 100.000 de tijdelijk verruimde schenkvrijstelling (de jubelton) van toepassing was en dat daarom het hele bedrag van de schenking in aftrek kwam op de aanslag erfbelasting. Rechtbank Noord-Holland stelde mevrouw Y in het ongelijk. Volgens de Rechtbank was de aanslag schenkbelasting zónder de tijdelijk verruimde schenkvrijstelling van artikel 33a, lid 1, SW opgelegd. Bovendien stond die aanslag onherroepelijk vast zodat voor de schenkbelasting geen sprake was van een schenking als bedoeld in artikel 33a, lid 1, SW. Artikel 12, lid 1, SW was daarom van toepassing, waardoor de schenking moest worden aangemerkt als een verkrijging krachtens erfrecht. Voor een inhoudelijke beoordeling of al dan niet schenkbelasting verschuldigd zou zijn, in het bijzonder of de tijdelijk verruimde schenkvrijstelling terecht niet was toegepast en of werd voldaan aan alle daaraan gestelde wettelijke voorwaarden, was bij de beoordeling van de aanslag erfbelasting geen plaats meer. Die toets moest immers plaatsvinden bij het al dan niet heffen van schenkbelasting. Als voor de schenkbelasting de tijdelijk verruimde schenkvrijstelling niet werd toegepast en een aanslag schenkbelasting werd opgelegd, volgde “dwingend” uit artikel 33a, lid 3, SW dat artikel 12, lid 1, SW, van toepassing was. De inspecteur had terecht € 110.610 aangemerkt als een verkrijging krachtens erfrecht. 

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.