Ontwikkeling beveiligingsproduct ondanks lage omzetten wél onderneming: verlies aftrekbaar

Datum: 13 oktober 2021

X stond sinds begin 2013 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel met een eenmanszaak waarin hij technische oplossingen gericht op fysieke beveiliging aanbood en beveiligingsproducten ontwikkelde. In zijn aangiften IB 2016 en 2017 vermeldde hij naast pensioeninkomen verliezen van respectievelijk € 6.679 en € 8.548. De inspecteur stelde een boekenonderzoek in en concludeerde op 19 augustus 2019 dat de activiteiten van X in 2016 en 2017 niet als een bron van inkomen konden worden aangemerkt wegens het ontbreken van een objectieve voordeelsverwachting. Hij kondigde aan de aangiften te corrigeren. De aanslag IB 2016 werd op 30 augustus 2019 echter overeenkomstig de aangifte opgelegd. Op 21 september 2019 ontving X een navorderingsaanslag IB 2016 en op 24 september 2019 de gecorrigeerde aanslag IB 2017. X ging in beroep en stelde dat wel sprake was van een objectieve voordeelsverwachting. Voor het jaar 2016 beschikte de inspecteur volgens X bovendien niet over een nieuw feit. Rechtbank Noord-Holland stelde X op beide punten in het gelijk. De primitieve aanslag IB 2016 was opgelegd nadat het boekenonderzoek was afgerond en de inspecteur had geconcludeerd dat geen sprake was van een bron van inkomen. De navorderingsaanslag berustte volgens de Rechtbank daarom niet op een feit dat de inspecteur bij het vaststellen van de aanslag niet bekend was of niet redelijkerwijs bekend had kunnen zijn. De Rechtbank vernietigde de navorderingsaanslag. Vervolgens besliste de Rechtbank dat X aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een objectieve voordeelsverwachting met betrekking tot zijn activiteiten. De Rechtbank kende hierbij gewicht toe aan het feit dat de inspanningen van X hadden geleid tot de ontwikkeling van een concreet product, waarvoor een competitieve markt bestond en waarvoor zich ook al gegadigden hadden gemeld. Het was aannemelijk dat X vanuit zakelijke overwegingen had gehandeld en dat de uitgaven voor de ontwikkeling van de onderneming en de ontwikkeling van het product dus niet waren aan te merken als uitgaven die gedaan waren in de sfeer van inkomensbesteding. Dat X tot op heden nauwelijks omzet had gerealiseerd, was volgens de Rechtbank onvoldoende om geen objectieve voordeelsverwachting aan te nemen. De activiteiten van X moesten worden aangemerkt als een bron van inkomen en er was sprake van een onderneming. Het verlies was aftrekbaar.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.