Wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten

Datum: 21 september 2021

In het wetsvoorstel Wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten wordt voorgesteld om de fiscale regeling voor aandelenoptierechten per 1 januari 2022 te wijzigen waardoor het aantrekkelijker wordt om aandelenoptierechten als loon te verstrekken. Op basis van de huidige wetgeving worden aandelenoptierechten belast op het moment dat deze optierechten worden uitgeoefend, het moment waarop de optierechten worden omgezet in aandelen. Met dit voorstel wordt het heffingsmoment in beginsel verschoven naar het moment waarop de bij uitoefening van het aandelenoptierecht verkregen aandelen verhandelbaar zijn, en er dus liquide middelen voorhanden kunnen zijn om de verschuldigde belastingen te voldoen. Wij ontlenen aan het wetsvoorstel het volgende:

  • Het heffingsmoment wordt in beginsel verschoven naar het eerste moment waarop de werknemer de mogelijkheid heeft de bij uitoefening van het aandelenoptierecht verkregen aandelen te verhandelen. Hiervan is sprake op het eerste moment waarop de werknemer de mogelijkheid heeft de bij uitoefening van het aandelenoptierecht verkregen aandelen te vervreemden. Als loon wordt in aanmerking genomen de waarde in het economische verkeer van de aandelen op dat moment.
  • Er komt een keuzeregeling om op het moment van uitoefening van de aandelenopties schriftelijk aan de inhoudingsplichtige kenbaar te maken dat wordt gekozen voor heffing op het moment van uitoefening. De inhoudingsplichtige moet de schriftelijke keuze van de werknemer opnemen in zijn administratie en op het moment van uitoefening de loonheffing inhouden en vervolgens afdragen.
  • Als de keuze niet, niet tijdig of op onjuiste wijze wordt gemaakt worden de aandelenopties in de heffing betrokken op basis van de hoofdregel bij het verhandelbaar worden van de bij uitoefening verkregen aandelen.
  • Ook de voordelen die worden verkregen uit de aandelenoptierechten tussen het moment van uitoefening en het moment van verhandelbaarheid, worden in de periode dat de aandelenopties de loonsfeer nog niet hebben verlaten als loon aangemerkt.
  • Hoewel de aanleiding voor de per 1 januari 2022 in te voeren maatregel ligt bij de knelpunten die start-ups en scale-ups ervaren, wordt deze als generieke maatregel ingevoerd voor elke inhoudingsplichtige die een werknemer een aandelenoptierecht aanbiedt.
  • Het bestaande heffingsmoment van vervreemding van een aandelenoptierecht blijft bestaan.
  • In de situatie dat de bij uitoefening verkregen aandelen wel direct verhandelbaar zijn, wordt het aandelenoptierecht op dat moment in de heffing betrokken en wordt de waarde in het economische verkeer van de verkregen aandelen als loon in aanmerking genomen. Dit leidt tot eenzelfde uitwerking als het geval is onder de huidige regeling van heffing bij uitoefening.
  • Om oneigenlijk gebruik en langdurig uitstel van heffing te voorkomen, wordt een uitzondering gemaakt op het in de heffing betrekken van het aandelenoptierecht bij het verhandelbaar zijn van de bij uitoefening verkregen aandelen. Wanneer de werknemer de verkregen aandelen niet mag vervreemden als gevolg van een contractuele beperking, wordt het heffingsmoment tot maximaal vijf jaar na beursgang van de vennootschap waarin de aandelen worden gehouden dan wel indien deze vennootschap bij uitoefening van het aandelenoptierecht reeds beursgenoteerd is tot maximaal vijf jaar na uitoefening van het aandelenoptierecht uitgesteld. Na afloop van deze termijn worden de verkregen aandelen geacht verhandelbaar te zijn geworden en wordt het aandelenoptierecht op dat moment in de heffing betrokken waarbij het loon wordt gesteld op de waarde in het economische verkeer van de aandelen op dat moment.
  • Er wordt een delegatiegrondslag ingevoerd om in specifieke situaties, mede vanwege de omstandigheid dat de mogelijkheden om aandelen in een niet-beursgenoteerde onderneming te verhandelen vaak anders zijn dan bij een beursgenoteerde onderneming, nadere regels te kunnen stellen met betrekking tot het niet, deels of geheel verhandelbaar worden van verkregen aandelen. Hierbij kan worden tegemoetgekomen aan situaties waarin het verhandelbaar worden van aandelen afhankelijk is van bepaalde onzekere factoren die grotendeels buiten de invloedsfeer van de betreffende werknemer liggen. Bij ministeriële regeling zal een fictie worden opgenomen die bedoeld is om in dergelijke situaties vast te leggen of en in welke mate de aandelen worden geacht niet, deels of geheel verhandelbaar te worden.
  • De in het wetsvoorstel opgenomen maatregel zal worden geëvalueerd binnen vijf jaar na inwerkingtreding daarvan.
Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.