Zonder omgevingsvergunning voor bedrijf geen zelfstandige, dus geen TOZO

Datum: 16 september 2021

Ondernemer X ging in beroep omdat de gemeente hem de gevraagde TOZO-uitkering weigerde. Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelde hem echter in het ongelijk. Onder zelfstandige in de zin van de TOZO werd verstaan de rechthebbende, bedoeld in artikel 11 Participatiewet die 18 jaar of ouder was maar de pensioengerechtigde leeftijd nog niet had bereikt en die voor de voorziening in het bestaan was aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep hier te lande en die (1) voldeed aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening daarvan, (2) ten minste 1.225 uur per jaar besteedde aan werkzaamheden voor het bedrijf of zelfstandig beroep en (3) alleen of samen met degene met wie hij het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefende de volledige zeggenschap in dat bedrijf of zelfstandig beroep had en de financiële risico’s daarvan droeg. In de nota van toelichting bij de TOZO stonden voorbeelden genoemd van wettelijke vereisten waaraan voldaan moest zijn voor de uitoefening van het bedrijf. Eén van die voorwaarden was dat het bedrijf de benodigde vergunningen moest hebben. X had echter (nog) geen omgevingsvergunning (aangevraagd) voor de vestiging van zijn bedrijf. Hij voldeed daarmee volgens de Rechtbank niet aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van zijn bedrijf. Hij kon dan ook niet aangemerkt worden als zelfstandige zoals bedoeld in de TOZO.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.