A-G: belastingrente niet zonder meer passend bij doeltreffendheidsbeginsel

Datum: 15 september 2021

X was importeur van tweedehandsauto’s. Hij ontving naar aanleiding van zijn bezwaren en beroepen (gedeeltelijke) teruggaven van eerder op aangifte voldane BPM. Daarbij was steeds een bedrag aan (belasting)rente vermeld. X ging in beroep tegen de rentebedragen. Rechtbank Zeeland-West-Brabant was het met de inspecteur eens dat de rente niet opnieuw beoordeeld hoefde te worden als de rechter al eerder had beslist over de rente ter zake van dezelfde teruggaaf. De Rechtbank besloot toch de Hoge Raad om een prejudiciële beslissing te vragen om in een vroeg stadium duidelijkheid te krijgen in een groot aantal aanhangige bezwaar- en/of beroepsprocedures waarin dezelfde rechtsvraag aan de orde was. De hoofdvraag kwam erop neer of bezwaar openstond tegen een rentevergoeding die was vermeld op een kennisgeving van een teruggaaf van BPM die op aangifte was voldaan, als eerder in een rechterlijke uitspraak in een procedure over de voldoening op aangifte al was beslist over een rentevergoeding ter zake van die teruggaaf. A-G IJzerman heeft een conclusie genomen naar aanleiding van de prejudiciële vragen van de Rechtbank. Volgens de A-G staat tegen een schriftelijke uitlating van de inspecteur over (het bedrag van) de rentevergoeding in beginsel geen bezwaar open, tenzij de inspecteur daarbij afwijkt van de beslissing van de rechter. Schriftelijke uitlatingen wijken af van de rechterlijke beslissing als zij rechtsgevolgen creëren die niet al bestonden als gevolg van de rechterlijke uitspraak. Een daardoor benadeelde belanghebbende kan volgens de A-G bezwaar indienen. Een rechterlijke beslissing over de hoogte van de rentevergoeding en een door de inspecteur genomen beschikking over die rentevergoeding bestaan volgens de A-G echter in beginsel naast elkaar. Een eerdere rechterlijke beslissing doet dus niet zonder meer af aan de ontvankelijkheid van een bezwaar tegen een daarna genomen beschikking. Verder voldeden de in artikel 30hb AWR neergelegde rentevoet en de op grond van artikel 30ha AWR geldende enkelvoudige berekening van de belastingrente volgens de A-G niet zonder meer aan het Unierechtelijke doeltreffendheidsbeginsel. Als rechtsherstel moet worden geboden, kan volgens de A-G als uitgangspunt gelden dat aan de belanghebbende een rentevergoeding moet worden toegekend die gelijk is aan de rente die hij zou moeten betalen als hij de teruggaafbedragen had moeten lenen.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.