Schoonheidssalon met maar enkele betalende klanten geen inkomensbron

Datum: 29 juli 2021

Mevrouw X begon in januari 2014 een schoonheidssalon aan huis. Zij verrichtte de schoonheidsverzorging, pedicure en manicure, vanuit een kamer in haar huurwoning. In haar aangiften IB over 2014, 2015 en 2016 gaf zij haar UWV-uitkering aan en een negatief resultaat uit overige werkzaamheden (ROW) in verband met de activiteiten van de schoonheidssalon op van respectievelijk € 8.473, € 10.921 en € 12.599. De inspecteur weigerde de aftrek van de ROW-verliezen omdat volgens hem geen sprake was van een bron van inkomen. Mevrouw X ging in beroep, maar Rechtbank Den Haag vond ook dat mevrouw X niet aannemelijk had gemaakt dat in de aan de orde zijnde jaren objectief gezien sprake was van een redelijkerwijs te verwachten voordeel. Zij had niet duidelijk gemaakt waaraan zij, objectief bezien, de verwachting kon ontlenen dat met de activiteiten, in weerwil van de negatieve resultaten, positieve opbrengsten konden worden behaald. De Rechtbank wees hierbij op een uitspraak van Hof Den Haag van 31 maart 2020. Zo had zij geen bedrijfsplan of een marktanalyse overlegd, waaruit bleek dat van te voren de omzetpositie was onderzocht. Daaraan deed niet af dat zij alles had gegeven voor haar onderneming. De Rechtbank vond daarbij van belang dat mevrouw X in de jaren 2014 tot en met 2016 jaarlijks slechts 2 à 3 behandelingen had verricht tegen betaling. De activiteiten vormden dan ook geen bron van inkomen. Het negatieve resultaat van de activiteiten kon daarom niet in aanmerking worden genomen.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.