Schenkbelasting over uitkeringen van feitelijk door vader bestuurde SPF

Datum: 22 juli 2021

X ontving op 4 juni 2007, 22 augustus 2008 en 28 september 2009 schenkingen van € 32.000, € 54.020 en € 442.677 van de door zijn vader in 2001 opgerichte Antilliaanse Stichting Particulier Fonds (SPF). Toen de inspecteur hiervan op de hoogte kwam, legde hij aanslagen schenkingsrecht op aan X omdat volgens hem sprake was van in Nederland belastbare schenkingen. Volgens de inspecteur was de SPF voor fiscale doeleinden transparant omdat de vader de beschikkingsmacht had behouden over het SPF-vermogen. Binnen de SPF was geen sprake van een onafhankelijk bestuur omdat het enige bestuurslid A niet zelfstandig naar eigen inzicht of goeddunken of op eigen initiatief, beslissingen had genomen. Bovendien had de vader van X tegenover de FIOD verklaard dat hij de schenkingen had bepaald en dat het bestuur van de SPF de opdracht had gekregen om alleen schenkingen aan X te doen. X ging in beroep, maar Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelde de inspecteur in het gelijk. De Rechtbank vond het aannemelijk dat alleen de wensen en opdrachten van de vader waren uitgevoerd, dat A binnen de SPF geen bestuurshandelingen had verricht noch (materieel) in staat was dergelijke handelingen te verrichten en dat de vader en zijn fiscaal adviseur feitelijk het bestuur binnen de SPF hadden gevoerd. Aan de formele vrijheid die A als bestuurder had, kon volgens de Rechtbank geen materiële betekenis worden toegekend. A had bij het bepalen van het beleid en het nemen van beslissingen binnen de SPF niet de onafhankelijkheid gehad die kon worden geëist om te kunnen spreken van een SPF die in economisch en fiscaal opzicht kon worden onderscheiden van de vader. Omdat de vader feitelijk het bestuur binnen de SPF had gevoerd, kon de vader in de jaren 2007-2009 vrijelijk beschikken over de in de SPF aanwezige inkomens- en vermogensbestanddelen als ware het zijn eigen vermogen. Deze inkomens- en vermogensbestanddelen moesten als onderdeel van vaders vermogen worden beschouwd. De schenkingen uit het vermogen van de SPF moesten daarom als schenkingen van de vader aan X worden aangemerkt. Omdat de vader in de jaren 2007 tot en met 2009 in Nederland woonde, was X op basis van artikel 1, lid 1, ten derde, SW schenkingsrecht verschuldigd. De Rechtbank verklaarde het beroep van X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.