Informatiebeschikking intact wegens niet-invullen Koopinlichtingenformulier

Datum: 21 juli 2021

Mevrouw X en haar echtgenoot waren ieder voor de helft eigenaar van een pand. De gemeente vroeg mevrouw X een Koopinlichtingenformulier in te vullen en te retourneren. De in het Koopinlichtingenformulier gevraagde informatie betrof, naast de koopprijs, de kenmerken van de woning (zoals onderhoudstoestand), de zakelijke totstandkoming van de koopovereenkomst (zoals totstandkoming tussen onafhankelijke partijen), de marktconformiteit (verhouding tot getaxeerde waarde) en voorgenomen investeringen die de waarde zouden beïnvloeden. Mevrouw X stuurde het Koopinlichtingenformulier niet terug, waarna de gemeente een informatiebeschikking vaststelde. Mevrouw X ging in beroep en stelde dat dat de gemeente de gegevens niet uitsluitend van haar kon vragen omdat zij alleen mede-eigenaar was. Verder voerde zij aan dat zij de gegevens niet kon verstrekken omdat zij daarmee de privacy van haar mede-eigenaar zou schenden. Rechtbank Midden-Nederland stelde mevrouw X in het ongelijk. Als er meer eigenaren waren van een onroerende zaak dan kon de bekendmaking van de WOZ-beschikking op grond van artikel 24, lid 4, Wet WOZ aan één van hen plaatsvinden. Deze regeling bracht volgens de Rechtbank mee dat de gemeente vóór het nemen van de beschikking zich alleen tot die eigenaar kon richten aan wie zij de beschikking bekend wilde maken. Als mevrouw X met het invullen van het Koopinlichtingenformulier al de privacy van haar mede-eigenaar zou schenden, ontsloeg dat haar nog niet van haar verplichting de gevraagde gegevens te verstrekken. In artikel 51 AWR was bepaald dat voor het niet-voldoen aan artikel 47 AWR, niemand zich kon beroepen op een verplichting tot geheimhouding, zelfs als deze bij een wettelijke bepaling was opgelegd. De in het Koopinlichtingenformulier gevraagde informatie was volgens de Rechtbank van belang voor de waardebepaling van de woning. In het formulier werden geen gegevens en bescheiden gevraagd die buiten de reikwijdte van de informatieverplichting van artikel 47 AWR vielen. De Rechtbank verklaarde het beroep van mevrouw X ongegrond en gaf haar een termijn van vier weken om de gevraagde informatie te geven.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.