Door boekhouder onrechtmatig onttrokken bedrag van € 1,3 mln belast ROW

Datum: 10 juni 2021

Ondernemer X verzorgde in zijn eenmanszaak de administratie en boekhouding van drie BV’s. In 2018 bleek uit onderzoek van een forensisch accountant dat X vanaf 2012 bij twee van zijn opdrachtgevers in totaal ruim € 1,3 mln onrechtmatig had onttrokken uit de BV’s. De inspecteur legde naar aanleiding daarvan navorderingsaanslagen IB op over 2012 tot en met 2017 en belastte de onrechtmatig onttrokken bedragen bij X als resultaat uit overige werkzaamheden (ROW). X ging in beroep en stelde dat geen sprake was van ROW, omdat hij geen arbeid had verricht en er vanwege de pakkans met de daaruit voortvloeiende terugbetalingsverplichting geen redelijkerwijs te verwachten voordeel was. Mocht er wel arbeid zijn verricht, dan was volgens X sprake van winst uit onderneming. Rechtbank Gelderland besliste dat X in zijn functie van boekhouder van zijn opdrachtgevers over gelden had kunnen beschikken en zich deze gelden tot een bedrag van ruim € 1.300.000 had toegeëigend. Het geheel van de op de toe-eigening gerichte handelingen die X in zijn positie als boekhouder had verricht, te weten het overmaken van geld naar zijn privébankrekening en de bankrekening van zijn eenmanszaak en het indienen van valse facturen, vormde volgens de Rechtbank een werkzaamheid in de zin van artikel 3.90 Wet IB 2001. Deze handelingen waren puur vanuit een privéoogmerk verricht en hadden niets van doen met het ondernemerschap van X. De ontvangen gelden kwalificeerden als ROW. X had ook niet aannemelijk gemaakt dat hij in de betreffende jaren een terugbetalingsverplichting had en kon alleen al daarom geen voorziening vormen. De Rechtbank verklaarde het beroep van X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 11-06-2021