Niet noteren indirecte uren voor risico onderneemster: geen TOZO-uitkering

Datum: 9 juni 2021

Mevrouw X vroeg in maart 2020 een TOZO-uitkering aan, maar de gemeente wees haar aanvraag af omdat zij niet voldeed aan het urencriterium. Mevrouw X ging in beroep en stelde dat zij weliswaar had opgegeven niet aan het urencriterium te voldoen, maar dat daarbij geen rekening was gehouden met de indirecte uren die zij maakte voor haar bedrijf. Met alle directe en indirecte uren samen zou zij waarschijnlijk wel aan het urencriterium voldoen. Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelde mevrouw X in het ongelijk. De TOZO-regeling was een algemeen verbindend voorschrift en het vereiste van het voldoen aan het urencriterium was daarin dwingend voorgeschreven zonder dat er een uitzonderingsbepaling of hardheidsclausule was opgenomen. Ook erkende mevrouw X dat zij niet voldeed aan het urencriterium en had zij niet onderbouwd dat zij hier wel aan voldeed als de indirecte uren die zij voor haar bedrijf maakte werden meegenomen. Mevrouw X had er volgens de Rechtbank zelf voor gekozen deze indirecte uren niet te administreren, waardoor zij ook niet in aanmerking kwam voor belastingvoordelen als starter. Deze keuze kwam voor haar rekening en risico. De Rechtbank verwierp de stelling van mevrouw X dat sprake was van discriminatie ten opzichte van grotere bedrijven. Uit de nota van toelichting bij de TOZO volgde dat met het voldoen aan het urencriterium tot uitdrukking werd gebracht dat de uitoefening van het bedrijf of zelfstandig beroep een reëel karakter had met een substantieel tijdsbeslag en werd voor de uitvoeringspraktijk een duidelijke afbakening bereikt. Wie niet aan het urencriterium voldeed, was aangewezen op arbeid in dienstbetrekking en kon eventueel een beroep doen op bijstand op grond van de Participatiewet. Mevrouw X had dus andere mogelijkheden om haar verlies aan inkomen te compenseren.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 11-06-2021