Boeteverval door onvolledige boeteomschrijving op aanslagbiljet

Datum: 7 mei 2021

Bij een boekenonderzoek bij aannemingsbedrijf X constateerde de inspecteur een BTW-schuld van € 219.448 op de balans per 31 december 2011, terwijl hij van X geen BTW-suppleties had ontvangen. De inspecteur legde een naheffingsaanslag BTW op over 2009 tot en met 2012 van € 108.056 met twee vergrijpboeten van elk € 25.000, die hij baseerde op artikel 67f AWR en artikel 10a AWR. X ging in beroep. Rechtbank Zeeland-West-Brabant besliste dat de inspecteur terecht op grond van artikel 67f AWR een boete had opgelegd, maar vernietigde de op artikel 10a AWR gebaseerde boete. De inspecteur ging in hoger beroep en X stelde incidenteel hoger beroep in. Hof Den Bosch stelde vast dat op het aanslagbiljet maar één boetebedrag was vermeld, en niet twee (afzonderlijke) boeten. In de toelichting op het aanslagbiljet was alleen vermeld dat de boete was opgelegd op grond van artikel 67f AWR. Bij de toelichting was wel verwezen naar de motivering in het controlerapport waarin was medegedeeld dat zowel een boete zou worden opgelegd op grond van artikel 67f AWR als op grond van artikel 10a AWR. Het aangekondigde totaalbedrag van € 50.000 kwam overeen met het op het aanslagbiljet vermelde boetebedrag. Het Hof besliste dat de inspecteur met betrekking tot de 67f AWR-boete niet aannemelijk had gemaakt dat door opzet of grove schuld van X niet was betaald omdat de inspecteur geen onderzoek had gedaan naar de niet-betaling. Het Hof verklaarde het hoger beroep van X gegrond en vernietigde de boete. De staatssecretaris ging in cassatie, maar de Hoge Raad stelde hem in het ongelijk. Als de inspecteur in het controlerapport twee boeten aankondigde die waren gebaseerd op verschillende fiscale boetebepalingen die van elkaar verschillende gedragingen behelsden, en het aanslagbiljet daarna maar één boete, één boetebedrag en één overtreden voorschrift vermeldde, dan moest dit biljet volgens de Hoge Raad worden geacht beide aangekondigde boetebeschikkingen te betreffen. Met het oog op de op grond van artikel 67g, lid 2, AWR en artikel 5:9, aanhef en letter a, Awb vereiste duidelijkheid moest volgens de Hoge Raad alleen betekenis worden toegekend aan wat stond vermeld op het aanslagbiljet. De Hoge Raad besliste dat het Hof terecht had beslist dat aan X alleen een boete op grond van artikel 67f AWR was opgelegd en niet ook een boete op grond van artikel 10a AWR. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie van de staatssecretaris ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 11-06-2021