Onderzoekplicht inspecteur omvatte niet alleen aangifte, maar hele IB-dossier

Datum: 4 mei 2021

X exploiteerde naast zijn werkzaamheden in loondienst een webshop en borduurstudio in een eenmanszaak. In de jaren 2003 tot en met 2015 gaf hij steeds een verlies uit onderneming aan. Bij de aanslagregeling IB 2016 in 2019 stelde de inspecteur dat de activiteiten van de eenmanszaak geen bron van inkomen vormden en schrapte het in aftrek gebrachte verlies. Ook legde de inspecteur een navorderingsaanslag IB 2015 op, waarbij het verlies uit onderneming werd gecorrigeerd. X ging in beroep. Hij was het met de inspecteur eens dat geen sprake was van een bron van inkomen, maar stelde dat de inspecteur voor 2015 geen navordering rechtvaardigend nieuw feit had. De inspecteur was van mening dat wél sprake was van een nieuw feit, omdat de aan-slagen automatisch conform de aangiften waren opgelegd in verband met een steeds positief inkomen uit werk en woning. De inspecteur was pas in 2016 op de hoogte geraakt van de jarenlang aangegeven verliezen. Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelde X in het gelijk. De Rechtbank vond het aannemelijk dat de inspecteur bij het vaststellen van de aanslag IB 2015 niet bekend was met de structurele verliezen en de activiteiten van de eenmanszaak geen bron van inkomen vormden. Het ging er echter ook om of de inspecteur redelijkerwijs bekend had kunnen zijn met dat feit. Een ambtelijk verzuim was volgens de Rechtbank niet afwezig alleen al omdat een aangifte geautomatiseerd was afgedaan. Dat laatste was een omstandigheid die voor risico van de inspecteur kwam. Het ging erom of de inspecteur de aangifte nader had moeten onderzoeken, en dat was volgens de Rechtbank het geval. De Rechtbank verwees hiervoor naar een arrest van de Hoge Raad van 25 juni 1958, nr. 13.596, waaruit volgde dat de inspecteur bij het regelen van een aanslag IB in het algemeen kon volstaan met het raadplegen van het (digitale) dossier dat de aangiften en andere gegevens bevatte met betrekking tot de heffing van IB van de desbetreffende belastingplichtige. De Rechtbank verwierp de stelling van de inspecteur dat volstaan kon worden met alleen het beoordelen van de aangifte IB 2015 op zichzelf zonder daarbij ook aangiften van eerdere jaren te raadplegen. De arresten over het met een normale zorgvuldigheid kennisnemen van de inhoud van de aangifte waren daar ook niet mee in tegenspraak. Een onderdeel van de bedoelde zorgvuldige kennisname van de inhoud van de aangifte was volgens de Rechtbank ook de raadpleging van het IB-dossier. Volgens de Rechtbank was dus geen sprake van een nieuw feit. De Rechtbank verklaarde het beroep van X gegrond en vernietigde de navorderingsaanslag.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.