Controleren van aftrek zorgkosten geen machtsmisbruik of discriminatie

Datum: 28 april 2021

X bracht in zijn aangifte IB 2017 in totaal € 7.807 aan specifieke zorgkosten in aftrek. Na veelvuldige correspondentie met X accepteerde de inspecteur een aftrek van € 741. X ging in beroep en stelde dat sprake was van onrechtmatig handelen bij het beoordelen van zijn aangifte. Jaar in jaar uit onderzocht de inspecteur zijn aangiften en zette de inspecteur hem onder druk om met bewijsmiddelen voor aftrekposten te komen. X vermoedde dat hij op een "zwarte lijst" stond en stelde dat de inspecteur zich schuldig maakte aan onder meer machtsmisbruik en discriminatie. Dat bleek volgens X uit het rapport "Omzien in verwondering" van de Adviescommissie uitvoering toeslagen (commissie-Donner) en het rapport "Ongekend onrecht" van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag. Hof Amsterdam stelde voorop dat de inspecteur volgens vaste rechtspraak nader onderzoek moest instellen naar aanleiding van een aangifte als hij, na met normale zorgvuldigheid kennis te hebben genomen van de inhoud, en mede gelet op de overige omstandigheden van het geval, in redelijkheid moest twijfelen aan de juistheid van een gegeven in de aangifte. Het nadere onderzoek kon ook het opvragen van bewijsstukken bij de belastingplichtige omvatten, bijvoorbeeld ter verificatie van in de aangifte opgevoerde aftrekposten. Ook als de inspecteur niet in redelijkheid hoefde te twijfelen aan de juistheid van de aangifte, was hij bevoegd nader onderzoek te doen. De inspecteur had in dit geval volgens het Hof niet een vrije keuze om al dan niet nader onderzoek in te stellen naar de aangifte IB van X omdat hij in redelijkheid behoorde te twijfelen over (in elk geval) de in de aangifte vermelde inkomsten, nadat bij de geautomatiseerde verwerking van de aangifte verschillen aan het licht waren gekomen met gegevens die de inspecteur al bekend waren. In het kader van een behoorlijke taakvervulling was het vervolgens passend dat de inspecteur bij zijn nadere onderzoek onder meer bewijsstukken had opgevraagd ter staving van het substantiële bedrag van de opgevoerde specifieke zorgkosten. Er bestond volgens het Hof geen aanleiding om het instellen van het nadere onderzoek in verband te brengen met machtsmisbruik of een zwarte lijst. Ook waren in de stukken geen concrete aanknopingspunten te vinden die duiden op discriminatie, machtsmisbruik of schending van enig beginsel van behoorlijk bestuur. Het Hof verklaarde het hoger beroep van X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.