DGA bewees onmacht loonbetaling BV’s niet: fictief loon niet verlaagd

Datum: 2 april 2021

X was directeur-grootaandeelhouder (DGA) van drie BV’s. Hoewel hij daartoe was uitgenodigd, herinnerd en aangemaand, deed X geen aangifte IB over 2014. De inspecteur legde X daarom een ambtshalve aanslag op naar een box 1-inkomen € 108.181, waaronder een fictief loon van € 88.000. X ging in beroep en stelde dat de inspecteur ten onrechte was uitgegaan van een fictief loon voor de BV’s waarvan hij bestuurder en aandeelhouder was, omdat deze BV’s geen ruimte hadden voor de betaling van loon of voor privé-opnamen. Hof Arnhem-Leeuwarden besliste echter dat X niet aannemelijk had gemaakt dat de BV’s geen loon konden betalen. Volgens de inspecteur beschikten zij namelijk over financiële middelen omdat zij omzet hadden en aan één van de BV’s een lening was verstrekt. X had over het wel en wee van de BV’s geen informatie verstrekt en de BV’s hadden ook geen aangifte Vpb ingediend. Daardoor ontbrak volgens het Hof elke vorm van informatie op grond waarvan zou kunnen worden beslist dat een lager loon noodzakelijk was voor het waarborgen van de continuïteit van het bedrijf. Het Hof vond de opgelegde verzuimboete van € 344 passend en geboden, maar verminderde deze met 25% tot € 258 vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.