Rechtsbescherming bij onderlinge overlegprocedure (MAP)

Datum: 1 april 2021

Staatssecretaris Vijlbrief heeft de vragen uit de Tweede Kamer over de notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2020 beantwoord. Hieraan ontlenen wij het volgende:

  • Volgens de staatssecretaris is er rechtsbescherming bij de afwijzing van een verzoek tot het opstarten van een onderlinge overlegprocedure (MAP), maar op grond van de bestaande verdragen en wetgeving is ten aanzien van de bevoegde rechter wel een verschil tussen een afwijzing van een MAP-verzoek op basis van bilaterale belastingverdragen en het EU-arbitrageverdrag enerzijds en op grond van de Wet fiscale arbitrage (WFA) anderzijds. De procedure en bijbehorende rechten en verplichtingen van de WFA zijn gebaseerd op de EU-arbitragerichtlijn. Bij de WFA geldt dat tegen de afwijzing van het MAP-verzoek, beroep bij de fiscale rechter mogelijk is als de klacht door Nederland én de andere EU-lidstaat is afgewezen. Als de klacht alleen door Nederland of alleen door de andere EU-lidstaat wordt afgewezen, kan een belastingplichtige verzoeken om een arbitragecommissie in te stellen die beslist over de afwijzing van het MAP-verzoek en daarmee over toegang tot de MAP. De regels van de WFA gelden alleen voor geschillen met andere EU-lidstaten én indien een belastingplichtige ervoor kiest om zijn verzoek op de WFA te baseren. In gevallen waarin het MAP-verzoek is gebaseerd op een bilateraal belastingverdrag (met een EU-lidstaat of niet-EU-lidstaat) of het EU-arbitrageverdrag (met een EU-lidstaat) wordt de in deze verdragen opgenomen procedure toegepast. Hierin zijn geen specifieke regels opgenomen over bezwaar en beroep bij het afwijzen van een MAP-verzoek.
  • In recente uitspraken van de ABRvS is het uitgangspunt bevestigd dat tegen het afwijzen van een verzoek om een MAP te starten op grond van een belastingverdrag bezwaar en beroep mogelijk is op grond van de algemene regels inzake bezwaar en beroep waarin de Awb voorziet.
  • De AWR en de WIB kennen geen uitdrukkelijke mogelijkheden om rechtsmiddelen aan te wenden tegen internationale fiscale gegevensuitwisseling. Voor iedere belastingplichtige geldt echter dat het gebruik van de uitgewisselde gegevens die hem aangaan aan de orde kan worden gesteld via de rechtsmiddelen tegen de betreffende (buitenlandse) aanslag waarvoor de uitgewisselde gegevens zijn gebruikt. Langs deze weg kan een belastingplichtige wiens fiscale gegevens internationaal zijn uitgewisseld, tegen (het gebruik van) deze gegevens in het verweer komen. Dit is onlangs bevestigd door het EU-Hof van Justitie. De staatssecretaris onderzoekt de gevolgen van dit arrest voor de rechtsbescherming. Eén van de vraagpunten is op welke wijze de als gevolg van dit arrest te bieden rechtsingang aan een informatiehouder van wie in het kader van een internationaal inlichtingenverzoek informatie wordt opgevraagd ten behoeve van een derde, wettelijk kan worden verankerd. Er wordt ook onderzocht of een onderscheid tussen inlichtingenverzoeken die afkomstig zijn uit een andere EU-lidstaat of uit een derde land wenselijk en gerechtvaardigd is.
  • Nederland is voorstander van het maken van internationale afspraken omtrent publieke (openbare) Country-by-Country reporting. Met publieke Country-by-Country reporting kan namelijk meer inzicht worden verkregen in activiteiten van multinationals, de belastingdruk en hoe de belastingdruk is verdeeld over verschillende landen. Daarmee kan het een effectief middel zijn om fiscale transparantie te bevorderen. Gezien het belang om openbare Country-by-Country reporting in internationaal verband te regelen, zet het kabinet zich ervoor in om hierover in internationaal verband tot afspraken te komen.
Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 09-04-2021